Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/3.1:3.1 Overzicht van het toetsingskader van het EHRM
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/3.1
3.1 Overzicht van het toetsingskader van het EHRM
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197400:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het toetsingskader van artikel 1 Eerste Protocol onder meer Barkhuysen & Van Emmerik 2011, p. 98-106, Gerverdinck 2016a en Schild 2012, p. 120-146.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het EHRM beoordeelt een gestelde schending van artikel 1 Eerste Protocol aan de hand van een in de loop der jaren door hem ontwikkeld, inmiddels uitgekristalliseerd, toetsingskader.1 Hij pleegt eerst te onderzoeken of sprake is van ‘eigendom’ (possessions in de officiële Engelse of biens in de officiële Franse tekst van artikel 1 Eerste Protocol). Zo ja, dan moet de vraag worden beantwoord of er een inbreuk (interference) wordt gemaakt op die eigendom. Zo ja, dan moet worden beoordeeld of de inbreuk gerechtvaardigd is. Daarvoor is vereist dat de inbreuk (i) is voorzien bij de wet, (ii) die wet een legitieme doestelling in het algemeen belang nastreeft, en (iii) er een redelijk evenwicht is getroffen tussen de eisen van het algemeen belang en de bescherming van de fundamentele rechten van het individu. Deze drie eisen staan bekend als respectievelijk de lawfulness-toets, de general interest-toets en de fair balance-toets. Als het EHRM één van de eerste twee vragen uit het schema ontkennend beantwoordt, kan geen beroep worden gedaan op artikel 1 Eerste Protocol. Is wel sprake van een aantasting van een possession en is aan één van de drie rechtvaardigingseisen niet voldaan, dan staat vast dat het eigendomsgrondrecht is geschonden. De andere eisen hoeven dan in beginsel niet onderzocht te worden.
Het toetsingsschema kan als volgt worden samengevat:
Is sprake van eigendom?
Wordt inbreuk gemaakt op die eigendom, die het gevolg is van:
een ontneming van eigendom,
regulering van eigendom, of
overige verstoringen.
Is die inbreuk gerechtvaardigd? Dat is het geval als de inbreuk:
is voorzien bij de wet;
die wet een legitieme doelstelling heeft die in het algemeen belang is, en
proportioneel is ten opzichte van dat nagestreefde legitieme doel.