Accountantsaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/2.5.2.1:2.5.2.1 Inleiding
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/2.5.2.1
2.5.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS296852:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De NBA is een publiekrechtelijke beroepsorganisatie met verordenende bevoegdheid in het algemeen belang van een goede beroepsuitoefening. Aan de ledenvergadering van de NBA is de bevoegdheid gegeven om verordeningen vast te stellen (artikel 19 lid 1 en 2 Wab) om hun wettelijke taken goed te kunnen vervullen. De verordeningen zijn algemeen verbindend voor de leden van de NBA en haar organen (artikel 19 lid 5 Wab).
In een aantal bepalingen in de Wab is de verplichting opgenomen om specifieke onderwerpen bij verordening of nadere voorschriften te regelen.
Dit betreft onder andere de volgende onderwerpen (artikel 19 lid 2 Wab):
gedrags- en beroepsregels ten behoeve van een goede uitoefening van de werkzaamheden van accountants. De gedrags- en beroepsregels (en het verschil tussen beide) worden nader besproken in de paragrafen 2.5.2.2 en 2.5.3.2;
de onafhankelijkheid, het stelsel van kwaliteitsbeheersing en de integere bedrijfsvoering van accountantsorganisaties;
behandeling van klachten over accountants;
de werkwijze van de verschillende organen van de beroepsorganisatie;
het instellen en opheffen van de ledengroepen, alsmede de organisatie en werkwijze van de ledengroep en het ledengroepbestuur;
het in dienst nemen van het personeel dat werkzaam is bij het bureau;
de bijdragen van de leden, bedoeld in artikel 30, eerste lid;
de tarieven die in rekening worden gebracht voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 30, tweede lid;
de vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 38, eerste lid;
de praktijkopleiding en het daarbij behorende examen, bedoeld in artikel 47, eerste lid;
de beroepsprofielen behorend bij de accountantstitels, genoemd in artikel 41, eerste lid;
de inrichting, de wijze van afname en de hoogte van de examengelden van het examen, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdeel c, en de voorwaarden voor het verkrijgen van vrijstellingen van onderdelen daarvan;
de inhoud van het examen ten behoeve van de verklaring van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdeel d;
het instellen, opheffen en beheer van eventuele fondsen in het belang van de beroepsgroep.
Het bestuur legt ontwerpverordeningen ten minste twee maanden voorafgaand aan de datum waarop de ledenvergadering plaatsvindt op elektronische wijze ter inzage (artikel 22 lid 2 Wab). Iedereen kan gedurende vier weken na de bekendmaking van een ontwerpverordening schriftelijk zijn bedenkingen tegen deze ontwerpen bij het bestuur van de beroepsorganisatie naar voren brengen (artikel 22 lid 3 Wab). De definitieve verordening wordt in de Staatscourant geplaatst (artikel 23 Wab). Verordeningen of nadere voorschriften treden niet eerder in werking dan de dag na uitgifte van de Staatscourant waarin deze zijn gepubliceerd (artikel 23 Wab).
Sommige verordeningen moeten door de Minister van Financiën worden goedgekeurd alvorens zij in werking kunnen treden (artikel 34 Wab).1 De goedkeuring door de Minister van Financiën kan alleen worden geweigerd wegens strijd met het recht of het algemeen belang (artikel 34 lid 2 Wab).
Alle verordeningen en andere besluiten kunnen bij Koninklijk Besluit worden geschorst of vernietigd voor zover zij met het recht of het algemeen belang strijden (artikel 35 Wab). De verordeningen zijn recht in de zin van artikel 79 Wet RO.
Tot recht in de zin van artikel 79 Wet RO behoren -naast wetten in formele zin- ‘alle naar buiten werkende, tot een ieder gerichte algemene regelingen welke zijn uitgegaan van een openbaar gezag, dat de bevoegdheid daartoe aan de wet, in de zin van een regeling door de wetgevende macht, ontleent’. Hiertoe behoren in ieder geval de algemene maatregelen van bestuur, de ministeriële regelingen en de verordeningen van lagere publiekrechtelijke lichamen, die steunen op directe of indirecte delegatie van wetgevende bevoegdheid door de formele wetgever.2