Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/5.3.1.2:5.3.1.2 De kosten van een procedure
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/5.3.1.2
5.3.1.2 De kosten van een procedure
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS299804:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
183.
De aan een procedure verbonden kosten kunnen de consument ertoe bewegen af te zien van het geldend maken van zijn rechten. Immers, het geschil zal dikwijls een (relatief) geringe vordering betreffen, waarbij de waarde ervan snel zal worden overtroffen door de kosten van het inschakelen van procesvertegenwoordiging. Het is dus de tweede reden voor een passieve houding van de consument en vormde voor het HvJ EU in de zaken-Océano c.s. mede aanleiding de plicht tot ambtshalve toetsing te aanvaarden. Ook op dit vlak was de zaak-Rampion een echte testcase. De eisende consument, het echtpaar Rampion, liet zich namelijk bijstaan door een advocaat. Vormt dat, in combinatie met het feit dat de consumenten zelf als eisende partij optreden, dan een obstakel voor het aannemen van een plicht tot het ambtshalve toepassing van het ter zake doende consumentenrecht?
Het HvJ EU ziet ook in het feit dat de consumenten zijn vertegenwoordigd door een advocaat geen reden om af te zien van ambtshalve ingrijpen door de rechter:
“Zoals de advocaat-generaal in punt 107 van zijn conclusie heeft opgemerkt, wettigt het feit dat (…) de echtelieden Rampion (…) door een advocaat worden vertegenwoordigd, geen andere conclusie, omdat het probleem moet worden opgelost los van de concrete omstandigheden van deze zaak.”1
Ook nu moet de zaak weer worden bezien los van de omstandigheden van het geval, maar wordt met de overweging van het HvJ EU wel duidelijk dat de bescherming niet alleen ten deel valt aan eisende consumenten, maar ook aan eisende consumenten die zich voorzien van procesvertegenwoordiging. A-G Mengozzi was tot eenzelfde conclusie gekomen: “ik zie overigens niet hoe zou kunnen worden aanvaard dat een zelfde regel ter bescherming van de consument ambtshalve toepasbaar is jegens de ene consument en niet jegens een andere, alleen omdat de eerste zich niet in rechte heeft verdedigd met behulp van een advocaat en de tweede wel.”2