RAV 2024/104
Collectieve actie. Wanneer verjaart een individuele vordering tot schadevergoeding die aansluit op een in een collectieve actie toegewezen verklaring voor recht?
HR 27-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1311
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 september 2024
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, H.M. Wattendorff, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
23/01980
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS994955:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1311, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:262, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑11‑2023
- Wetingang
Art. 3:305a, 3:316, 3:319 BW
Essentie
Collectieve actie. Verjaring. Individuele vordering.
Wanneer verjaart een individuele vordering tot schadevergoeding die aansluit op een in een collectieve actie toegewezen verklaring voor recht? Geldt de zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW ten aanzien van op een collectieve actie aansluitende individuele vorderingen tot schadevergoeding of begint daarvoor op de voet van art. 3:319 lid 1 BW een nieuwe verjaringstermijn te lopen?
Samenvatting
Verweerder in cassatie en Groeivermogen hebben in 1997 en 1998 twee effectenleaseovereenkomsten gesloten. Na beëindiging van deze overeenkomsten stond een restschuld open, die verweerder heeft voldaan. De Vereniging Consument en Geldzaken ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.