NJFS 2015/9
Geoorloofde inzet OVC in detentiesituatie; geen sprake van ‘Vidgen-situatie’.
Rb. Oost-Brabant 17-09-2014, ECLI:NL:RBOBR:2014:5406
- Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
- Datum
17 september 2014
- Magistraten
Mrs. W.A.F. Damen, E.M.J. Raeijmaekers, C.P.J. Scheele
- Zaaknummer
01/993234-12
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Voorfase
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Privacy / Verwerking persoonsgegevens
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBOBR:2019:4271, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 28‑06‑2019
ECLI:NL:RBOBR:2014:5406, Uitspraak, Rechtbank Oost-Brabant, 17‑09‑2014
- Wetingang
Essentie
Opnemen vertrouwelijke communicatie. Ondervragingsrecht.
1. De R-C heeft in redelijkheid kunnen komen tot de machtiging tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie (OVC) van twee bij elkaar in de cel verblijvende medeverdachten. De aard van de verdenking, grootschalige schending van art. 10a OW in georganiseerd verband waarbij tegen beide verdachten de verdenking bestond leiding te geven, betrof een (zeer) ernstige inbreuk op de rechtsorde. Daarbij was geen sprake van 24-uur per dag afluisteren, maar van een min of meer gerichte inzet van de OVC.
2. Er was geen sprake van een ‘Vidgen-situatie’ ten aanzien van een door ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.