Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.6.1:3.6.1 De partijautonomie
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.6.1
3.6.1 De partijautonomie
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS301003:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
133.
In de Nederlandse civiele procedure staat partijautonomie voorop. Daarmee wordt bedoeld dat partijen de procedure starten en bepalen of en wanneer zij deze vroegtijdig beëindigen. Partijen bepalen volgens dit beginsel ook het onderwerp van het geding en zijn verantwoordelijk voor het aandragen van de voor de eindbeslissing noodzakelijke feiten. De rechter heeft als taak om de rechtsgronden op deze feiten toe te passen. Hij wordt als lijdelijk bestempeld, wat doorgaans wordt gezien als het spiegelbeeld van de partijautonomie.
134.
Duitsland, Engeland en Frankrijk huldigen het beginsel van partijautonomie. De partijen nemen het initiatief tot de civiele procedure. Uiteindelijk zijn het, met uitzondering van gevallen waarin rechtsgevolgen dreigen die niet ter vrije beschikking van partijen staan, ook steeds de partijen die bepalen welke feiten aan een beslissing ten grondslag mogen worden gelegd. In zoverre zijn de hierboven gebruikte termen ‘partijautonomie-light’ en ‘partijautonomie-plus’ dan ook enigszins misleidend. Zij hebben niet specifiek betrekking op de partijautonomie, maar veeleer op de lijdelijkheid van de rechter. Aan dat principe wordt namelijk niet in alle vergelijkingslanden even sterk vastgehouden. Hierna zal worden beschreven waarom het vanuit het perspectief van het beginsel van partijautonomie ook niet noodzakelijk is om vast te houden aan de lijdelijkheid van de rechter.