NJ 1921, p. 315
Afpersing. Mededaderschap.
HR 17-01-1921, ECLI:NL:HR:1921:218
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 januari 1921
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. W. H. de Savornin Lohman. Raden: Mrs. A. J. L. Nijpels, C. O. Segers, H. M. A. Savelberg en Jhr. P. L. van Meeuwen.
- Zaaknummer
[17011921/NJ_1921,_p._315]
- Conclusie
Mr. Besier
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1921:218, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑01‑1921
- Wetingang
(Sr art. 47 onder 1, 312, 317.)
Essentie
Afpersing. Mededaderschap.
Samenvatting
Waar bekl. direct heeft medegewerkt tot het totstandkomen van het geheel der feiten, welke tezamen de afpersing opleveren en hij deze medewerking verleende ingevolge eene voorafgaande afspraak en met de bedoeling om zich wederrechtelijk te bevoordeelen, is hij mededader aan het misdrijf van art. 317 Sr., al heeft hij niet. direct aan, de geweldpleging medegewerkt.
(Anders concl. O. M.).
Eene bekentenis behoeft, om als volledig bewijs te worden aangemerkt, niet in al hare omstandigheden bevestigd te worden.
Tusschen de verschillende gevallen, bedoeld in art. 312 Sr., bestaat niet een zoodanig verband, dat de wetgever, deze ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.