HR, 21-01-2025, nr. 23/03279
ECLI:NL:HR:2025:101
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21-01-2025
- Zaaknummer
23/03279
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2025:101, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑01‑2025; (Cassatie, Artikel 80a RO-zaken)
- Vindplaatsen
Uitspraak 21‑01‑2025
Inhoudsindicatie
Ontslag van alle rechtsvervolging t.z.v. poging tot doodslag door in 2021 in Amsterdam op straat met mes zwaaiende bewegingen te maken richting klusjesman van wooncomplex, waarin verdachte verblijft (art. 287 Sr) en bedreiging van klusjesman (art. 285.1 Sr). TBS met voorwaarden opgelegd. HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/03279
Datum 21 januari 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 augustus 2023, nummer 23-002867-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Goedhart, advocaat in Amsterdam, een schriftuur ingediend.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 januari 2025.