Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.6.3.3:II.6.3.3 Het vangnet: medeplichtigheid
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/II.6.3.3
II.6.3.3 Het vangnet: medeplichtigheid
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460467:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Limburg 22 november 2017 ECLI:NL:RBLIM:2017:11471 (Directeur Edelchemie); Rb. Limburg 22 november 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:11323.
Rb. Rotterdam 15 maart 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:2345 (Financieel directeur Seatrade).
Dit opzet gaat wel minder ver dan het opzet van de medepleger: in plaats van opzet op de samenwerking gericht op het begaan van een strafbaar feit, is qua opzet op de deelnemingshandeling slechts vereist dat de medeplichtige opzettelijk behulpzaam is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Soms is de bijdrage van een leidinggevende aan het milieudelict te klein om hem als dader aan te spreken. Als de leidinggevende het strafbare feit toch op een strafwaardige manier heeft bevorderd, kan deze mogelijk nog wel worden aangesproken als medeplichtige.
Een goed voorbeeld betreft de aansprakelijkheid van de zoon van de bestuurder van de eerder-besproken Edelchemie-uitspraak, die onvoldoende zeggenschap had over de verweten gedragingen om te worden aangemerkt als medepleger.1 Iets vergelijkbaars gebeurde bij de aansprakelijkheid van de financieel-directeur van Seatrade voor het beachen van schepen.2
Vooral wanneer de leidinggevende iets heeft nagelaten, kan medeplichtigheid een passende (subsidiaire) aanvliegroute voor strafrechtelijke aansprakelijkheid zijn. Wanneer de (intellectuele en/of materiële) bijdrage aan het misdrijf van de nalatige leidinggevende van onvoldoende gewicht is, kan hij niet als medepleger maar mogelijk nog wel als medeplichtige worden aangesproken.
Ook voor de aansprakelijkheid van een leidinggevende die wordt verdacht van feitelijk leidinggeven kan medeplichtigheid een geschikt vangnet zijn. De Slavenburgtoets is weliswaar ook ingericht op het nalaten om maatregelen te nemen om een verboden gedraging te voorkomen, maar wanneer bij de tenlastelegging twijfel bestaat of het verwijt aan de leidinggevende zwaar genoeg is om feitelijk leidinggeven te rechtvaardigen, kan er mogelijk wel genoeg bewijs zijn om aan te tonen dat door het nalaten de leidinggevende het strafbare feit heeft bevorderd. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er twijfel bestaat of de leidinggevende wel bevoegd of gehouden was om in te grijpen, of dat er (net) niet voldoende opzet kan worden aangetoond voor feitelijk leidinggeven; in dergelijke gevallen is medeplichtigheid een goede terugvaloptie.3
Let wel, vereist blijft dat de van medeplichtigheid verdachte leidinggevende met diens nalaten opzettelijk het strafbare feit bevordert,4 en de leidinggevende moet ook als medeplichtige in een zeker schuldverband staan tot het grondfeit. Verder is het ingevolge artikel 52 Sr niet mogelijk om een leidinggevende aansprakelijk te stellen voor medeplichtigheid bij een milieuovertreding, maar slechts bij milieumisdrijven. Een milieudelict is pas een misdrijf in de systematiek van de WED wanneer het opzettelijk is begaan,5 dus voor medeplichtigheid van een leidinggevende aan een WED-delict is vereist dat bij degene die het milieudelict begaat opzet in het spel is.