V-N 2020/53.24
Heffingsambtenaar hoeft stukken die in hoger beroep geen rol spelen, niet in geding te brengen
Hof Den Haag 01-07-2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1224, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
1 juli 2020
- Magistraten
Zandhuis, Obbink-Reijngoud, Peters
- Zaaknummer
BK-19/00391
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS237183:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2020:1224, Uitspraak, Hof Den Haag, 01‑07‑2020
Essentie
Hof Den Haag oordeelt dat de heffingsambtenaar in de WOZ-procedure niet verplicht was de grondstaffel, de k-o-u-d-v-factoren en het statistisch computermodel in het geding te brengen.
Samenvatting
X is het niet eens met de WOZ-waarde van zijn woning en stelt onder meer dat de heffingsambtenaar niet alle stukken in het geding heeft gebracht.
Hof Den Haag oordeelt dat de heffingsambtenaar in de WOZ-procedure niet verplicht was om de grondstaffel, de k-o-u-d-v-factoren en het statistisch computermodel in het geding te brengen. De grondstaffel en de liggingswaarde hebben geen rol gespeeld bij de besluitvorming van de heffingsambtenaar en de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.