NJB 2026/711
Aftrek voorlopige hechtenis van tijdelijke vrijheidsstraf, art. 27 lid 1, eerste volzin, Sr. De rechter is niet gehouden het in deze bepaling bedoelde bevel te geven ten aanzien van de tijd waarin de voorlopige hechtenis was geschorst, in het geval dat de voorwaarden waaronder die schorsing heeft plaatsgevonden, ertoe strekten dat de verdachte zijn woning slechts in zeer beperkte mate mocht verlaten en waarbij de naleving daarvan met elektronisch toezicht werd gecontroleerd. Het is aan de rechter om te beoordelen of bij de strafoplegging rekening wordt gehouden met voorwaarden waaronder schorsing van de voorlopige hechtenis plaatsvindt, wanneer deze met zich brengen dat de verdachte gedurende de periode van schorsing in zijn bewegingsvrijheid wordt beperkt.
HR 24-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:482
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, C. Caminada, T.B. Trotman
- Zaaknummer
24/04507
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:482, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1292, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 22‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
Aftrek voorlopige hechtenis van tijdelijke vrijheidsstraf, art. 27 lid 1, eerste volzin, Sr. De rechter is niet gehouden het in deze bepaling bedoelde bevel te geven ten aanzien van de tijd waarin de voorlopige hechtenis was geschorst, in het geval dat de voorwaarden waaronder die schorsing heeft plaatsgevonden, ertoe strekten dat de verdachte zijn woning slechts in zeer beperkte mate mocht verlaten en waarbij de naleving daarvan met elektronisch toezicht werd gecontroleerd. Het is aan de rechter om te beoordelen of bij de strafoplegging rekening wordt gehouden met voorwaarden waaronder schorsing van de voorlopige hechtenis plaatsvindt, wanneer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.