De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/6.1:6.1 Inleiding
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS383678:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Insolventie (surseance van betaling of faillissement) van de ondernemer heeft aanzienlijke gevolgen voor de organisatie van de onderneming en voor het personeel dat daarin werkzaam is. Een curator of bewindvoerder neemt (mede) het bewind over de onderneming over, waardoor wijzigingen in de zeggenschapsverhoudingen plaatsvinden. De werknemers zullen dan veelal binnen korte tijd ontslagen worden. Daarbij genieten ze – zeker in het geval van faillissement – veel minder arbeidsrechtelijke bescherming dan in het geval van ontslag buiten insolventie. Het faillissementsrecht is zo ingericht, dat de boedel zo snel mogelijk wordt afgewikkeld ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. Het belang van de faillissementscrediteuren om de boedel zo snel mogelijk te vereffenen en te verdelen, botst daarbij met het belang van werknemers bij een zorgvuldige besluitvorming met inachtneming van hun medezeggenschapsrechten. Medezeggenschap kan vertragend werken, maar kan aan de andere kant ook een belangrijke rol spelen bij de afweging van de verschillende belangen tijdens een insolventieprocedure.
In dit hoofdstuk onderzoek ik in hoeverre de werknemers hun medezeggenschap kunnen uitoefenen in het geval de zeggenschap wijzigt door insolventie. Ik ga in de eerste plaats in op de vraag of het (voorgenomen) besluit tot aanvraag van faillissement of surseance van betaling adviesplichtig is. Ook onderzoek ik welke andere mogelijkheden de or of vakbonden ter beschikking staan om invloed uit te oefenen op deze beslissing. Daarna ga ik in op de rol van werknemers na faillietverklaring ten opzichte van de curator en de bewindvoerder die de onderneming (mede) voortzetten. Volgt de medezeggenschap in dat geval de zeggenschap? En zo ja, wat is de reikwijdte van de medezeggenschap ten opzichte van de curator of bewindvoerder, gezien de taak die zij op basis van de Faillissementswet toegekend hebben gekregen? Ik sluit af met enkele alternatieven en aanbevelingen.