NJFS 2015/15
Hof Arnhem-Leeuwarden niet bevoegd tot kennisneming appel tegen vonnis van de Rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Groningen.
Hof Arnhem-Leeuwarden 13-10-2014, ECLI:NL:GHARL:2014:9241
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
13 oktober 2014
- Magistraten
Mrs. G.M. Meijer-Campfens, J.A.A.M. van Veen, H.K. Elzinga
- Zaaknummer
24-000949-11
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2014:9241, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 13‑10‑2014
- Wetingang
Art. 21b lid 2, 59 (oud) Wet op de Rechterlijke Organisatie; art. 7 (oud) Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen; art. CVI Wet herziening gerechtelijke kaart
Essentie
Bevoegdheid rechter. Hoger beroep tegen ontnemingsvonnis van de Rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Groningen. Nu het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen per 1 januari 2013 is vervallen en art. CVI van de Wet herziening gerechtelijke kaart enkel betrekking heeft op overige zittingsplaatsen van het gerecht in wiens rechtsgebied de betreffende zittingsplaatsen zijn gelegen, is het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden niet bevoegd tot kennisneming van dit appel.
Partij(en)
Arrest, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de Rechtbank Rotterdam, zitting houdende te Groningen van 21 oktober 2010 met het parketnummer 10-603015-06 op de vordering ingevolge ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.