Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm
Einde inhoudsopgave
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/4.4.5:4.4.5 Onderhandelingen kunnen niet steeds worden gevergd
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/4.4.5
4.4.5 Onderhandelingen kunnen niet steeds worden gevergd
Documentgegevens:
mr. P.S. Bakker, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
mr. P.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS589672:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Vermogensrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Met als gevolg dat een beroep op het betreffende beding afstuit op de (derogerende) redelijkheid en billijkheid. Vgl. HR 20 mei 1949, NI 1950, 72 (Rederij Koppe), als besproken door Asser/ Clausing & Wansink 5-VI 2010, nr. 251. Zie ook J.M. van Dunné' s bespreking van het arrest in Van Dunné 2004a, p. 147.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het is op grond van de in art. 6:2 BW vervatte gedragsnorm primair aan partijen zelf om op zinvolle wijze vorm te geven aan een wijziging van de contractsverhouding, indien en voor zover de in genoemd artikel verankerde eisen van redelijkheid en billijkheid daartoe, in verband met het intreden van onvoorziene omstandigheden, nopen. De gehoudenheid tot het openen en voeren van constructief, op wijziging gericht overleg zal in de regel op de door onvoorziene omstandigheden beknelde partij rusten. Die gehoudenheid tot het openen en voeren van constructief overleg brengt, indachtig het bepaalde in art. 6:2 lid 1 BW, voor de beknelde met zich dat een redelijk wijzigingsvoorstel van de wederpartij niet zonder deugdelijke grond mag worden verworpen. Gebeurt dit wel, dan heeft dit in de regel rechtsverlies voor de beknelde tot gevolg, hieruit bestaande dat de beknelde, kort gezegd, niet langer een beroep op de opgetreden onvoorziene omstandigheden toekomt. Alsdan zal in de regel het belang bij wijziging of ontbinding van de door onvoorziene omstandigheden getroffen partij, gezien haar eigen onconstructieve gedrag, niet langer als een gerechtvaardigd belang kunnen worden gekenschetst. Gevolg daarvan is dat de wederpartij van de beknelde partij (weer) onverkort aanspraak zal kunnen maken op verdere (en ongewijzigde) uitvoering van het overeengekomene.
Het zij echter benadrukt dat het openen respectievelijk (blijven) voeren van onderhandelingen niet steeds van de beknelde partij gevergd mag worden: denkbaar is dat onder omstandigheden daarvan mag worden afgezien, met name indien, gelet op de houding van de wederpartij, daarvan op voorhand in redelijkheid toch niets te verwachten valt, dan wel indien hangende de onderhandelingen duidelijk wordt dat de wederpartij tot medewerking aan een zinvolle aanpassing van het contract niet bereid is. In het eerste geval zal de aanvullende redelijkheid en billijkheid geen onderhandelingsplicht in het leven roepen dan wel zal een beroep op een overeengekomen heronderhandelingsplicht in de regel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moeten worden geacht. In het tweede geval moet een op de aanvullende redelijkheid en billijkheid of op de overeenkomst gebaseerde heronderhandelingsplicht in de gegeven omstandigheden als "uitgewerkt"1 worden beschouwd en is de weg vrij voor wijziging of beëindiging van de overeenkomst, in rechte via de weg van art. 6:258 BW dan wel — bij de minder complexe gevallen van rechtswege, via de werking van de beide leden van art 6:248 BW.