RAV 2014/93
Staatsaansprakelijkheid. Is de Staat aansprakelijk uit onrechtmatige daad voor de schade die de Moeders van Srebrenica hebben geleden door de medewerking van Dutchbat aan de deportatie van hun mannelijke familieleden?
Rb. Den Haag 16-07-2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:8562
- Instantie
Rechtbank Den Haag
- Datum
16 juli 2014
- Magistraten
Mrs. L. Alwin, D.R. Glass, J.W. Bockwinkel
- Zaaknummer
C/09/295247 / HA ZA 07-2973
- JCDI
JCDI:ADS919137:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Onbekend (V)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBDHA:2014:8562, Uitspraak, Rechtbank Den Haag, 16‑07‑2014
- Wetingang
Art. 6:162 BW; art. 2, 3 EVRM; art. 6, 7 IVBPR
Essentie
Staatsaansprakelijkheid. Internationaal recht. Toerekening.
Is de Staat aansprakelijk uit onrechtmatige daad voor de schade die de Moeders van Srebrenica hebben geleden door de medewerking van Dutchbat aan de deportatie van hun mannelijke familieleden?
Samenvatting
De VN-enclave Srebrenica viel in juli 1995. Dutchbat had de opdracht de enclave te beschermen. Na de val van de enclave werden duizenden moslimmannen uit de enclave weggevoerd en vermoord.
Ongeveer zesduizend nabestaanden van de slachtoffers, verenigd in de Stichting Mothers of Srebrenica (‘de Stichting’) en een aantal individuele eiseressen (‘de Moeders’) stellen de Nederlandse Staat aansprakelijk voor de genocide op de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.