Foutenleer
Einde inhoudsopgave
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/6.2.2:6.2.2 Is de foutenleer van toepassing op etiketteringsfouten?
Foutenleer (FM nr. 95) 2000/6.2.2
6.2.2 Is de foutenleer van toepassing op etiketteringsfouten?
Documentgegevens:
dr. A.O. Lubbers, datum 01-07-2000
- Datum
01-07-2000
- Auteur
dr. A.O. Lubbers
- JCDI
JCDI:ADS412017:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Aanslag
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Eigenlijke fouten hebben naar zijn mening (blz. 37) betrekking op de jaarwinstbepaling, de oneigenlijke fouten vinden hun oorsprong in een rechtens onjuiste afbakening van het totaalwinstbegrip.
H. Mobach en L.W. Sillevis, Cursus belastingrecht (inkomstenbelasting), 2.2.5.B, b. Ook wordt in onderdeel 2.2.11, c opgemerkt dat de foutenleer van toepassing is in de sfeer van vermogensetikettering.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals hiervóór in paragraaf 6.2 is vermeld, kunnen juist geëtiketteerde vermogensbestanddelen slechts van sfeer veranderen indien zich bijzondere omstandigheden voordoen. Ook indien een belastingplichtige ten aanzien van een tot het keuzevermogen behorend vermogensbestanddeel een keuze heeft uitgebracht, doch hij later van mening is dat deze onjuist is geweest, dient hij – aangezien er geen sprake is van een rechtens onjuiste etikettering – te wachten totdat zich bijzondere omstandigheden voordoen, die verandering van het etiket legitimeren.
Omdat de onjuiste etikettering van een vermogensbestanddeel in beginsel niet mag worden gecontinueerd, moet in het kader van dit onderzoek de vraag worden beantwoord welke rol de foutenleer kan spelen om onjuistheden bij de etikettering van vermogensbestanddelen te herstellen. Jacobs (blz. 41), die spreekt van etiketfouten, oordeelt dat de foutenleer ook op deze fouten van toepassing is:
Indien het etiket van een vermogensbestanddeel niet of niet meer juist is en aldus bij ontdekking achteraf een fout blijkt te zijn gemaakt, dan eist de Hoge Raad verbetering van deze fout. Naar ons voorkomt dienen in verband met B. no. 9293 etiketfouten op dezelfde wijzen te worden hersteld als eigenlijke fouten1.
Mobach/Sillevis2 delen deze mening en stellen dat de foutenleer bij een verplichte wijziging in de indeling van vermogensbestanddelen een rol kan spelen. Ook uit de jurisprudentie – waarbij het arrest HR 29 juni 1988, BNB 1989/1, in dit kader het meest bekend is – volgt dat de foutenleer eveneens betrekking kan hebben op bij vermogensetikettering begane onjuistheden.
In de volgende paragrafen wordt, aan de hand van de in paragraaf 6.2 onder I en II genoemde gevallen van onjuiste etikettering, onderzocht of, en zo ja, op welke wijze de foutenleer toepassing kan vinden. Daarbij wordt steeds ervan uitgegaan dat het niet mogelijk is door het opleggen van navorderingsaanslagen, de betaling van gewetensgeld of door ambtshalve vermindering eventuele onjuistheden als gevolg van de etiketteringsfout in de jaren van onjuiste etikettering te herstellen.