V-N 2022/50.18
FIOD-dossier van andere accijnszaak geen gedingstuk, brief inspecteur vormt aanslagbiljet
HR 11-11-2022, ECLI:NL:HR:2022:1611, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 november 2022
- Magistraten
Van Hilten, Punt, Fierstra, Faase, Van Eijsden
- Zaaknummer
20/03686
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS677493:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Accijns en verbruiksbelastingen / Accijns
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1611, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑11‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑11‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:461, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑05‑2021
- Wetingang
art. 8:42 Awb; art. 5 lid 1 en art. 20 AWR; art. 2 lid 2 onderdeel d IW 1990; art. 2c lid 4 WA
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de inbreng door de inspecteur van stukken uit het andere FIOD-dossier niet van belang kan zijn voor de onderhavige procedure. De betreffende strafzaak van het andere dossier is namelijk pas aanhangig is gemaakt nadat de bewijstermijn voor X bv was verstreken.
Samenvatting
X bv houdt zich bezig met de opslag en distributie van accijnsgoederen en beschikt hiertoe over een vergunning voor een accijnsgoederenplaats (agp). In het najaar van 2013 zijn diverse zendingen onder schorsing van accijns verricht naar Italië. Na een rechtshulpverzoek constateren de autoriteiten aldaar dat op het desbetreffende adres geen goederen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.