RvdW 2025/605:Eendaadse samenloop van medeplegen diefstal met geweld (art. 312 lid 2 onder 2 Sr) en medeplegen afpersing (art. 317 lid 3 jo. art. 312 lid 2 onder 2 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat aangifte onvoldoende steun vindt in bewijsmiddelen en dat aangifte niet betrouwbaar is. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Uit ’s hofs nadere bewijsoverweging kan worden afgeleid dat hof voldoende steun heeft gevonden voor aangevers verklaring in feiten en omstandigheden uit getuigenverklaringen waarnaar wordt verwezen in bewijsoverweging en dat hof aangevers verklaring betrouwbaar heeft bevonden, mede gelet op de (op meerdere punten van elkaar afwijkende) verklaringen van verdachte en medeverdachte die daar door verdediging tegenover zijn gezet. Die conclusies zijn niet onbegrijpelijk. ‘Mede’ o.g.v. voorgaande heeft hof overwogen dat door verdediging geschetst alternatief scenario, o.m. inhoudende (i) dat aangever al thuis was op moment dat verdachten bij zijn woning arriveerden en (ii) dat aangever hennep zou telen dan wel hennep zou verhandelen, onvoldoende aannemelijk is geworden. Hof heeft daarmee verweer dat verklaring van aangever geen steun vindt in b.m. en verweer dat aangevers verklaring niet betrouwbaar is, uitdrukkelijk en toereikend beargumenteerd verworpen. Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2025/606.