Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/9.3.2
9.3.2 Artikelen 6 en 7 WIPR
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418049:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Voor de achtergronden van de WIPR verwijs ik naar Erauw, RW 2001-2002, p. 1557 e.v. Voor een goed algemeen commentaar op de WIPR verwijs ik naar H. Boularbah e.a., Le nouveau droit international privé beige, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203.
Wet van 16 juli 2004, Belgisch Stb. 27 juli 2004, 57344.
Docquir e.a., Revue Générale de droit civile Beige, 2005, p. 576 geeft een korte duidelijke beschrijving van de wettelijke bepalingen over forumkeuze.
Pertegás Sender/Samyn, in: Erauw e.a. (red.), WIPR Becommentarieerd, p. 34.
Par. 14.4.
Par. 17.2.4.
Boularbah e.a (red.), Le nouveau droit international privé beige, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 37.
Pertegás Sender/Samyn, in: Erauw e.a. (red.), WIPR Becommentarieerd, p. 35.
Kruger, in: Erauw e.a. (red.), WIPR Becommentarieerd, p. 499.
Pertegás Sender/Samyn en Storme, in: Erauw e.a. (red.), WIPR Becommentarieerd, p. 33 respectievelijk p. 147.
Boularbah e.a. (red.), Le nouveau droit international privé beige, JT 2005, nr. 6173, p. 173-203, par. 37. Zie hierna par. 17.5.3.
Per 1 oktober 2004 is het Belgische commune internationaal privaatrecht radicaal veranderd door inwerkingtreding van de WIPR,1 die officieel is genaamd 'Wet van 16 juli 2004 houdende het Wetboek van Internationaal Privaatrecht'.2 De art. 6 en 7 WIPR kennen een heldere regeling voor prorogatie van de rechtsmacht van de Belgische rechter door wilskeuze (art. 6) en derogatie van de rechtsmacht van de Belgische rechter (art. 7).3 Beide artikelen regelen zowel uitdrukkelijke als stilzwijgende forumkeuze. Opvallende verschillen met art. 23 EEX-V°/17 Verdrag zijn:
Partijen moeten vrij zijn om over hun rechten te beschikken volgens het Belgische recht.4
De art. 6 en 7 WIPR verwijzen uitdrukkelijk naar bestaande en toekomstige geschillen. Opvallend is dat deze bepalingen niet vereisen dat de forumkeuze moet zien op een bepaalde rechtsbetrekking.5
De Belgische rechter kan zijn bevoegdheid ondanks een rechtsgeldige forumkeuze afwijzen, indien het geschil geen betekenisvolle band met België heeft.6
Derogatie van de Belgische rechtsmacht op grond van art. 7 WIPR is niet mogelijk, indien is te voorzien dat de uitspraak niet in België zal kunnen worden erkend.7 Dit is ook een opvallend verschil met art. 8 lid 2 Rv.
Art. 6 WIPR doet geen afbreuk aan de Belgische rechtspraak dat een forumkeuze die is gesloten voor het ontstaan van een geschil niet kan worden tegengeworpen aan een concessiehouder, indien de concessie (mede) voor België is verleend.8
Art. 97 WIPR beperkt de mogelijkheid voor een forumkeuze in consumenten-en arbeidsovereenkomsten tot forumkeuzen die zijn gesloten na het ontstaan van het geschil. De mogelijkheid voor een forumkeuze in een verzekeringsovereenkomst is niet beperkt in de WIPR, afgezien van de beperkingen in de art. 6 en 7 WIPR. Daardoor wijkt de WIPR af van Afdeling 3 EEX-V°Nerdrag die de mogelijkheid voor een forumkeuze in een verzekeringsovereenkomst beperkt. De Afdelingen 4 en 5 EEX-V° c.q. 4 Verdrag en art. 17 lid 5 Verdrag beperken de mogelijkheid tot een forumkeuze in consumenten-, en arbeidsovereenkomsten daarentegen op minder vergaande wijze dan in art. 97 lid 3 WIPR. De laatste bepaling laat alleen een forumkeuze na het ontstaan van het geschil toe.9
Een uitspraak van een buitenlandse rechter komt niet voor erkenning of tenuitvoerlegging in België in aanmerking, indien partijen een exclusieve forumkeuze ex art. 6 WIPR voor de Belgische rechter waren overeengekomen (art. 25 lid 1 sub 7 WIPR).10Art. 35 EEX-V°/28 Verdrag kent slechts als weigeringsgrond de miskenning van een forumkeuze in verzekerings- en consumentenovereenkomsten waarop de Afdelingen 3 respectievelijk 4 van toepassing zijn.
Indien de Belgische gerechten bevoegd zijn omdat (a) de zaak nauwe banden heeft met België en (b) een procedure in het buitenland onmogelijk blijkt of het onredelijk zou zijn te eisen dat de vordering in het buitenland wordt ingesteld, is derogatie van de rechtsmacht van de Belgisch rechtsmacht door forumkeuze niet mogelijk (zie art. 11 WIPR).11