RFR 2015/16
Familieprocesrecht. Dient een uitspraak gewezen te worden door rechter(s) ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden?
HR 31-10-2014, ECLI:NL:HR:2014:3076 (Verhoeven c.s./Staat)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
31 oktober 2014
- Magistraten
Mrs. E.J. Numann, A.M.J. van Buchem-Spapens, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion, T.H. Tanja-van den Broek
- Zaaknummer
13/04367
- Conclusie
A-G mr. F.F. Langemeijer
- Roepnaam
Verhoeven c.s./Staat
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS919857:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Personen- en familierecht / Familieprocesrecht
Burgerlijk procesrecht / Eerste aanleg
Burgerlijk procesrecht / Rechtspleging van onderscheiden aard
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:3076, Uitspraak, Hoge Raad, 31‑10‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:496, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 23‑05‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑08‑2013
- Wetingang
Essentie
Familieprocesrecht.
Dient een uitspraak gewezen te worden door rechter(s) ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden?
Samenvatting
De rechtbank heeft in een onteigeningszaak op 20 oktober 2010 de vervroegde onteigening uitgesproken en deskundigen benoemd ter begroting van de schade. Op het voorlopig advies van de deskundigen hebben partijen schriftelijk gereageerd. Na het depot van het definitieve rapport hebben partijen de zaak in januari 2013 bepleit. Daarbij zijn pleitnota’s overgelegd. In het door de rechtbank gewezen eindvonnis is vermeld, dat een van de rechter-plaatsvervangers, die deel uitmaakte van de Meervoudige Kamer, waarvoor is bepleit, het vonnis niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.