Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/6.2:6.2 Wijze van beperking zeggenschap
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/6.2
6.2 Wijze van beperking zeggenschap
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232812:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 4:166 BW.
Artikel 4:168 BW.
Artikel 4:169 BW.
Vergelijk Parlementaire geschiedenis BW Inv. boek 4, pagina 2132.
Artikel 4:174 BW.
Artikel 4:175 BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wijze waarop het testamentair bewind zeggenschap en belang scheidt, is neergelegd in de regeling van de artikelen 4:166 e.v. BW. Deze regeling houdt allereerst in dat de rechthebbende slechts zelfstandig bevoegd is tot handelingen die dienen tot gewoon onderhoud van de goederen die hij in gebruik heeft, alsmede tot handelingen die geen uitstel kunnen lijden. Voor het overige komt het beheer over de onderbewindgestelde goederen uitsluitend toe aan de bewindvoerder.1 Voorts is bij een beschermingsbewind de rechthebbende slechts met medewerking of toestemming van de bewindvoerder bevoegd tot andere dan de hiervoor genoemde handelingen.2 Niettemin is sprake van een beperkte mate van derdenbescherming, welke echter niet zover strekt dat een derde te goeder trouw nakoming van een verbintenis tot vervreemding of bezwaring van een onder bewind staand goed kan vorderen.3
De bevoegdheden van de bewindvoerder zijn evenmin onbeperkt, althans in de basisregeling waarin de wet voorziet, aangezien deze op zijn beurt in beginsel toestemming van de rechthebbende, dan wel een machtiging van de kantonrechter, nodig heeft voor andere handelingen dan gewoon onderhoud of die geen uitstel kunnen lijden.4 De erflater kan de bevoegdheden van de bewindvoerder evenwel verruimen (of beperken)5 en de bewindvoerder op deze wijze alsnog de mogelijkheid geven om te beschikken over de onderbewindgestelde goederen zonder medewerking van de rechthebbende en zonder machtiging van de kantonrechter.6
De rechthebbende is aansprakelijk voor schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen die de bewindvoerder als zodanig in naam van de rechthebbende verricht, zij het dat de rechthebbende onder bewind staande goederen kan aanwijzen die verhaal bieden. Voor zover dit voldoende is, kunnen zijn overige goederen niet uitgewonnen worden voor de desbetreffende schulden.7 Omgekeerd kunnen de onder bewind staande goederen slechts voor bepaalde schulden uitgewonnen worden, zoals schulden van de nalatenschap en schulden die met de desbetreffende goederen verband houden.8
Bij het beschermingsbewind wordt de scheiding tussen zeggenschap en belang derhalve niet zozeer aangebracht door de juridische eigendom in handen van een ander dan de rechthebbende te brengen, maar door de bevoegdheden van de rechthebbende ter zake van zijn eigen goederen in belangrijke mate te beperken. Daarnaast wordt binnen het vermogen van de rechthebbende een afgescheiden vermogen gecreëerd, waarop de “reguliere” schulden van de rechthebbende in beginsel niet verhaald kunnen worden.