JWB 2006/427
Vennootschapsrecht
HR 08-12-2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ2655
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
8 december 2006
- Zaaknummer
C05/245HR
- LJN
AZ2655
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Rechter
Staatsrecht / Rechtspraak
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2006:AZ2655, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑12‑2006
ECLI:NL:HR:2006:AZ2655, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 08‑12‑2006
- Wetingang
Art. 81 RO
Essentie
Vennootschapsrecht
Samenvatting
Casus
Deze zaak betreft een geschil tussen een moedervennootschap en een derde over haar aansprakelijkheid - uit hoofde van garantstelling - tot vergoeding van de schade die deze derde door ontbinding van de met haar dochtervennootschap gesloten huurovereenkomst heeft geleden.
Rechtsvraag
In de aangevoerde middelen komt geen rechtsvraag aan de orde.
Beslissing
De aangevoerde middelen kunnen niet tot cassatie leiden en nopen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.