NJB 2025/587:Curaçao. FCIB oefende het bankbedrijf uit. De centrale bank van Curaçao en Sint Maarten heeft de bankvergunning van FCIB ingetrokken, waarna FCIB onder bewind van de centrale bank kwam te staan. Onder dat bewind heeft FCIB haar bankbedrijf afgewikkeld en kosten in rekening gebracht bij haar rekeninghouders. De rekeninghouders stellen zich op het standpunt dat FCIB die kosten niet in rekening mag brengen. Het gerecht en het hof hebben dit standpunt verworpen. Hoge Raad: 1. Uitleg tussenvonnis. Het hof heeft in zijn eindvonnis een onbegrijpelijke uitleg gegeven aan zijn tussenvonnis. 2. Motiveringsklachten. Slagende motiveringsklachten tegen de oordelen van het hof (a) dat FCIB daadwerkelijk kosten heeft gemaakt in de orde van grootte van USD 27 miljoen, (b) dat het redelijk was die kosten te maken, (c) dat FCIB haar website mocht gebruiken voor berichtgeving over de kosten, (d) dat FCIB na de intrekking van de bankvergunning geen inkomsten meer kon genereren en (e) dat FCIB de uitkomst van een beklagprocedure mocht afwachten.