Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/3.4.1:3.4.1 De margin of appreciation
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/3.4.1
3.4.1 De margin of appreciation
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197385:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het recht op eigendom vormt een van de zogenoemde relatieve rechten in het EVRM en bijbehorende protocollen.1 Een inbreuk op het eigendomsrecht leidt alleen tot strijd met het EVRM als er geen goede rechtvaardigingsgrond voor die inbreuk bestaat. Er bestaan ook grondrechten waarop de overheid geen inbreuk mag maken (de zogenoemde absolute rechten). Zodra vaststaat dat een inbreuk is gemaakt op een dergelijk recht, staat daarmee vast dat het EVRM is geschonden. Het EVRM bevat de mogelijkheid voor de verdragsluitende partijen om een aantal bepalingen van het verdrag in tijden van oorlog of in geval van enige andere algemene noodtoestand op te schorten. Voorwaarde is dat de maatregelen gelet op de ernst van de situatie strikt vereist zijn en bovendien niet in strijd zijn met andere verplichtingen die voortvloeien uit het internationale recht. De zogenoemde notstandfeste grondrechten moeten echter ook in tijden van crisis in acht genomen worden. Volgens artikel 15, lid 2, van het EVRM betreft het artikel 3 EVRM (verbod op foltering), artikel 4, lid 1, EVRM (verbod van slavernij) en artikel 7 EVRM (geen straf zonder wet).
Het EHRM heeft voor de beoordeling van de rechtvaardiging van een inbreuk op de relatieve grondrechten het instrument van de margin of appreciation ontwikkeld.2 Afhankelijk van de aard van het te beschermen relatieve grondrecht kan een in omvang verschillende margin of appreciaton (beoordelingsvrijheid) voor de overheid gelden. Bij de absolute rechten geldt nauwelijks of géén margin of appreciation.3 Bij inbreuk op het eigendomsrecht, althans bij de regulering van eigendom, beschikt de overheid in het algemeen over een wide margin of appreciation, zowel bij de beoordeling of de inbreuk in het algemeen belang is als bij de beoordeling van de proportionaliteit.4 Het beschermingsniveau dat artikel 1 Eerste Protocol biedt in het geval van regulering van eigendom is dan ook laag te noemen.5