Eigendomsgrondrecht en belastingen
Einde inhoudsopgave
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/12.4:12.4 Tariefstelling van invorderingskosten
Eigendomsgrondrecht en belastingen (FM nr. 161) 2020/12.4
12.4 Tariefstelling van invorderingskosten
Documentgegevens:
dr. T.C. Gerverdinck, datum 13-03-2020
- Datum
13-03-2020
- Auteur
dr. T.C. Gerverdinck
- JCDI
JCDI:ADS197268:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 20 september 2011, nr. 14902/04 (OAO Nefyanaya Kompaniya Yukos), EHRC 2011/160 m.nt. Wessels, par. 655.
HR 12 november 2010, nr. 10/00801, BNB 2011/80 m.nt. Van Eijsden. Ik wijs verder op het arrest HR 23 oktober 2009, nr. 43840, BNB 2009/317, waarin de Hoge Raad oordeelde dat het in rekening brengen van de kosten van een dwangbevel geen punitieve sanctie is in de zin van artikel 6 EVRM.
Vgl. Pauwels 2014, p. 179.
In andere zin Vetter in zijn noot in FED 2010/46.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Met de invordering van belastingen kunnen voor een belastingschuldige significante kosten gemoeid zijn. Aan Yukos werd bijvoorbeeld een “enforcement fee” in rekening gebracht van (omgerekend) € 1,16 miljard, zijnde 7 procent van de gevorderde belasting. De Russische autoriteiten weigerden om dit bedrag te matigen of om uitstel van betaling te verlenen. Het EHRM oordeelde dat er op zichzelf niets mis is met het in rekening brengen van invorderingskosten, maar dat in het geval van Yukos de verhouding tussen de werkelijke kosten en de in rekening gebrachte kosten totaal zoek was, terwijl bovendien de belastingschuldige niet eerst was uitgenodigd om de fictieve kosten te voorkomen door vrijwillige betaling en de kostenberekening aanzienlijk had bijgedragen aan het onnodige failliet gaan van het bedrijf:1
“The fee was by its nature unrelated to the actual amount of the enforcement expenses borne by the bailiffs. Whilst the Court may accept that there is nothing wrong as a matter of principle with requiring a debtor to pay for the expenses relating to the enforcement of a debt or to threaten a debtor with a sanction to incite his or her voluntary compliance with enforcement writs, in the circumstances of the case the resulting sum was completely out of proportion to the amount of the enforcement expenses which could have possibly been expected to be borne or had actually been borne by the bailiffs. Because of its rigid application, instead of inciting voluntary compliance, it contributed very seriously to the applicant company’s demise.”
Hieruit volgt dat artikel 1 Eerste Protocol vereist dat er een zekere mate van evenredigheid bestaat tussen de werkelijke kosten van invordering en de in rekening gebrachte kosten. Het is de vraag hoe in dit licht moet worden aangekeken tegen het arrest van de Hoge Raad BNB 2010/143.2 Aan de betrokkene in deze zaak was voor de betekening van een dwangbevel het toenmalige wettelijk maximale bedrag van € 10.295 in rekening gebracht. Dit was excessief veel hoger dan de werkelijke kosten van invordering (volgens Vetter bedroegen die niet meer dan de kosten van een postzegel).3 De Hoge Raad oordeelde dat het de wetgever vrij staat om ter stimulering van tijdige betaling van belastingschulden van degenen die in verzuim zijn een bedrag te heffen dat onder omstandigheden hoger is dan de werkelijke kosten van invordering. Daarbij verdient volgens de Hoge Raad opmerking dat het bedrag wegens kosten van betekening van een dwangbevel wordt berekend volgens een nauwkeurig in de wet omschreven tarief, dat is gekoppeld aan de hoogte van het in te vorderen bedrag en is gebonden aan een absoluut maximum. Voorts brengt het enkele feit dat de belanghebbende – naar zij stelde – destijds niet over de benodigde middelen beschikte om haar belastingschuld te voldoen nog niet mee dat de vervolgingskosten leiden tot een buitensporige last, aldus de Hoge Raad.
Evenals in Rusland, worden de invorderingskosten in Nederland gebaseerd op de hoogte van de belastingschuld. In Nederland zijn de kosten echter begrensd op een wettelijk maximum (in 2019 is het maximale bedrag dat in rekening gebracht kan worden € 12.197).4 Dat bedrag is van een hele andere orde van grootte dan de ruim een miljard euro die aan Yukos in rekening werd gebracht. Van de Nederlandse wettelijke regeling kan mijns inziens dan ook niet worden gezegd dat deze als zodanig niet proportioneel is.5 Wel zou deze in een individueel geval in strijd kunnen komen met artikel 1 Eerste Protocol, als de verplichting tot betaling van de wettelijk verschuldigde kosten voor een belastingschuldige tot een excessieve last zou leiden. Het in rekening brengen van een bedrag van ruim € 12.000 aan kosten kan voor een belastingschuldige een zware financiële last betekenen die een fundamentele inbreuk maakt op zijn financiële positie, zeker als er sprake zou zijn van een cumulatie van nagevorderde/nageheven vennootschapsbelasting, loonbelasting, omzetbelasting en inkomstenbelasting, over vijf jaren, alle met 100% boete, leidende tot een totale schuld die het vermogen (inclusief aandelen in de BV) van de DGA ruim overtreft. Anders dan in Yukos, kunnen de kosten in Nederland worden voorkomen door vrijwillig te betalen. Ook vanwege dit laatste kan het oordeel van de Hoge Raad dat de vervolgingskosten niet leiden tot een buitensporige last mijns inziens worden gebillijkt, hoewel het evident is dat de in rekening gebrachte kosten “completely out of proportion” zijn ten opzichte van de werkelijke kosten.6 Zou de wet een hoger of geen absoluut maximum kennen en de belastingschuldige niet ruim de gelegenheid hebben gekregen om het belopen van de kosten te voorkomen, dan zou de afweging mijns inziens anders kunnen uitpakken.