Billijkheidsuitzonderingen
Einde inhoudsopgave
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/1.0:1.0 Introductie
Billijkheidsuitzonderingen (SteR nr. 40) 2018/1.0
1.0 Introductie
Documentgegevens:
mr. F.S. Bakker, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. F.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS355917:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Jaarverslag Nationale ombudsman 2013, p. 32.
ABRvS 23 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1643, AB 2014/399, m.nt. R. Stijnen. Anders: Rb. Haarlem 21 december 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BY7669. De zaak komt uitgebreider ter sprake in hoofdstuk 6, par. 6.3.2, b.
I. Vriesema, ‘Een raadslid in coma, wie houdt daar rekening mee?’, NRC Handelsblad 23 mei 2013.
In de ogen van, respectievelijk, in ieder geval de Nationale ombudsman en de rechter in eerste aanleg; en, gezien de toon van het artikel, de NRC-redacteur. Ik sluit mij daarbij aan.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een Libanonveteraan met een posttraumatische stressstoornis ontvangt € 25.000,- aan ereschuld van de overheid. De gemeente trekt zijn bijstandsuitkering in: hij heeft nu immers eigen vermogen. Hoewel dit besluit uit de wet volgt, is de consequentie ervan dat de ereschuld net zo goed niet had kunnen zijn toegewezen.1
Bij een vrachtwagenchauffeur wordt een te hoog ademalcoholgehalte geconstateerd. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) legt hem daarom conform een ministeriële regeling het alcoholslotprogramma op.2 De chauffeur mag hierdoor twee jaar geen vrachtwagens meer besturen, omdat het alcoholslot daarin (nog) niet kan worden ingebouwd. Hij zal in die periode geen werk hebben, terwijl zijn echtgenote arbeidsongeschikt is. De kosten van de maatregel (€4.500,-) zijn ook nog voor hem. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt dat de regeling dwingt tot het opleggen van het programma, en slechts buiten toepassing kan worden gelaten als ze onverbindend is, quod non.3
Op Schouwen-Duiveland is de enige zetel van D66 in de gemeenteraad al anderhalf jaar leeg. Het lid aan wie deze was toebedeeld, ligt namelijk in coma. De burgemeester houdt strikt de hand aan de Kieswet: die bepaalt dat een raadslid bij ziekte alleen op eigen verzoek van zijn zetel afstand kan doen. Uiteraard kan iemand in coma dat niet – maar ‘wet is wet’, in de woorden van de burgemeester.4
Deze gevallen hebben gemeen dat een wettelijk voorschrift wordt toegepast, terwijl de beslissing die daardoor wordt genomen (of juist achterwege blijft) evident onbillijk is.5 Hadden de voorschriften niet buiten toepassing kunnen worden gelaten?
Om bij het begin te beginnen: hoe kan toepassing van (geldige) wettelijke voorschriften in concrete gevallen eigenlijk een – ook in de ogen van de toepasser – evident onbillijke beslissing opleveren?