Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/16.1.7:16.1.7 Wettelijke zaaksvervanging na inning door verrekening met de stortingsplicht?
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/16.1.7
16.1.7 Wettelijke zaaksvervanging na inning door verrekening met de stortingsplicht?
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS369470:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Mellema-Kranenburg, T&C Burgerlijk Wetboek, artikel 3:213 BW (online, bijgewerkt 1 juli 2017).
Mellema-Kranenburg, GS Vermogensrecht, artikel 3:213 BW, aant. 6 (online, bijgewerkt 21 december 2016).
HR 23 september 1994, NJ 1996/461, m.nt. W.M. Kleijn (Kas-Associatie/Drying Corp).
Zo begrijp ik ook Perrick 2016, p. 81 e.v..
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Als een met vruchtgebruik belaste vordering van een aandeelhouder wordt verrekend met de stortingsplicht rijst de vraag of de wettelijke zaaksvervangingsregeling van artikel 3:213 BW hierop van toepassing is en daarmee of het vruchtgebruik op de betreffende aandelen komt te rusten. Ingevolge laatstgemeld artikel behoort hetgeen in de plaats van aan vruchtgebruik onderworpen goederen treedt doordat daarover bevoegdelijk wordt beschikt toe aan de hoofdgerechtigde en is dit eveneens aan het vruchtgebruik onderworpen.1 De verkrijging van het goed door de hoofdgerechtigde wordt ook wel gekoppeld aan de zogenaamde leer van de directe verkrijging ex artikel 3:110 BW.2 Deze houdt in dat wanneer er sprake is van een rechtsverhouding tussen twee partijen (in dit geval tussen de hoofdgerechtigde en de vruchtgebruiker), welke inhoudt dat de ene partij (de vruchtgebruiker) goederen op bepaalde wijze verkrijgt, deze de verkregen goederen van rechtswege gaat houden voor de andere partij (de hoofdgerechtigde). De hoofdgerechtigde wordt hiermee rechthebbende van de goederen, de vruchtgebruiker slechts houder van de goederen.3 Hetzelfde is het geval met hetgeen door inning van een aan vruchtgebruik onderworpen vordering wordt ontvangen, en met vorderingen tot vergoeding die in plaats van aan vruchtgebruik onderworpen goederen treden, waaronder begrepen vorderingen van waardevermindering van die goederen (bijvoorbeeld verzekeringsuitkeringen).
In het arrest Kas Associate/Drying Corp4 heeft de Hoge Raad bepaald dat de leer van directe verkrijging slechts van toepassing is bij verkrijging van niet-registergoederen en rechten aan toonder of order. Bij verkrijging van registergoederen en rechten op naam is de leer van de directe verkrijging niet van toepassing en kan er dus in beginsel op basis daarvan geen zaaksvervanging optreden. Deze goederen worden namelijk niet verkregen door middel van bezitsverschaffing (ex 3:90 BW), maar de levering geschiedt door een daartoe bestemde tussen partijen opgemaakte (notariële) akte (3:89 lid 1 BW).
Aandelen worden uitgegeven aan de aandeelhouder, die daarmee in beginsel volledig gerechtigde wordt. Als de aandeelhouder aan zijn stortingsplicht voldoet door verrekening met een met vruchtgebruik belaste vordering (hetgeen op grond van artikel 3:210 lid 3 BW alleen mogelijk is met toestemming van de vruchtgebruiker of machtiging van de kantonrechter) ontstaat er niet van rechtswege een vruchtgebruik op de aandelen. Ook los van het niet toepasselijk zijn van de directe leer als voormeld denk ik dat hier van zaaksvervanging geen sprake kan zijn. In economische zin valt weliswaar te zeggen dat de aandelen in plaats komen van de vordering, de aandelen kunnen daarmee nog niet worden aangemerkt als het geïnde. De aandelen zijn door de vennootschap uitgegeven op grond van een door het daartoe bevoegde orgaan genomen besluit. De stortingsplicht voldoet de aandeelhouder, met toestemming van de vennootschap en de vruchtgebruiker, door verrekening van zijn met vruchtgebruik belaste vordering op de vennootschap, welke als een vorm van inning kan worden beschouwd. De vordering op de vennootschap vormt het geïnde. De vordering is door (inning bij wijze van) verrekening tenietgegaan. De aandelen volgen echter een geheel ander spoor en staan geheel buiten de verrekening van de met vruchtgebruik belaste vordering.5 Verrekening van de stortingsplicht met een vordering van de aandeelhouder op de vennootschap waarop een vruchtgebruik rust, leidt derhalve niet automatisch tot een vruchtgebruik op de betreffende aandelen. De vruchtgebruiker krijgt niets terug voor de vordering die de hoofdgerechtigde met zijn instemming heeft verrekend, tenzij hij anders als voorwaarde voor zijn instemming heeft bedongen.