Intellectuele eigendom in het conflictenrecht
Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.1.2.a:5.1.2.a De statutistisch-conflictenrechtelijke oplossing in beginsel van nationale behandeling
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/5.1.2.a
5.1.2.a De statutistisch-conflictenrechtelijke oplossing in beginsel van nationale behandeling
Documentgegevens:
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS465268:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie daarover ook par. 1.1.2 onder (a).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
474. Statutistische oplossing. De statutistisch-conflictenrechtelijke oplossing in het beginsel van nationale behandeling is in hoofdstuk 1 reeds uitvoerig geanalyseerd. Resumeren wij hier, om het geheugen op te frissen, deze analyse in vogelvlucht.
475. Het beginsel van nationale behandeling is geboren in de eerste helft van de negentiende eeuw. Dit was de tijd van de pre-Savigniaanse statutenleer, welk conflictenrechtelijk systeem de vraag naar het toepasselijke recht beantwoordde door het toepassingsbereik van de interne rechtsregels af te bakenen. Het beginsel van nationale behandeling werd in deze tijd ontwikkeld als een antwoord op een bepaald probleem — en wij begrijpen dit antwoord pas wanneer we het probleem begrijpen. Dat probleem was de toestand van rechteloosheid waarin vreemde werken of auteurs tot dan toe gewoonlijk verkeerden. Deze toestand van rechteloosheid kent twee aspecten: er is sprake van discriminatie (vreemdelingenrecht) en er is een rechtsvacuüm (conflictenrecht). Spiegelbeeldig kent het beginsel van nationale behandeling dus ook deze twee aspecten. Het stelt, aan de hand van het formele-territorialiteitsbeginsel, een toepasselijke wet in de plaats van het eerdere rechtsvacuüm (conflictenrecht), en het stelt non-discriminatie in de plaats van de eerdere discriminatie (vreemdelingenrecht). Zo bevat het beginsel van nationale behandeling twee met elkaar vervlochten regels: een conflictregel en een vreemdelingenrechtelijke regel.
476. Begrip rechtsvacuüm vereist. De conflictregel in het beginsel van nationale behandeling kan, zo volgt hieruit, alleen worden begrepen wanneer men het rechtsvacuüm in de toestand van rechteloosheid onderkent.
477. Kwalificatie van de beperking tot nationale werken/auteurs. Cruciaal voor het begrip van het rechtsvacuüm is de kwalificatie van de beperking tot nationale werken of auteurs, die in nagenoeg alle negentiende-eeuwse nationale auteurswetten was opgenomen. Wij hebben gezien dat deze beperking ofwel een afbakening van het toepassingsbereik van de nationale wet was, ofwel een beperking van de rechtsbevoegdheid van vreemdelingen.
478. Meestal ging het om een afbakening van het toepassingsbereik van de nationale auteurswet. Daarmee werd dit toepassingsbereik dan in totaal in drie opzichten afgebakend. Twee afbakeningen lagen besloten in het algemene uitgangspunt van het toenmalige conflictenrecht: het formele-territorialiteitsbeginsel. Dit beginsel bracht mee dat het toepassingsbereik van de auteurswet materieel-territoriaal beperkt was (haar bescherming strekte zich (slechts) uit tot het nationale territoir), en dat het toepassingsbereik formeel-territoriaal beperkt was (de rechter had enkel zijn eigen auteurswet toe te passen). De derde afbakening was de beperking tot nationale werken of auteurs (de nationale wet was alleen van toepassing op werken die voor het eerst op het nationale territoir waren gepubliceerd, of op werken van nationale auteurs). Het gevolg van deze drie afbakeningen was dat vreemde werken of auteurs in een rechtsvacuüm achterbleven: er was géén toepasselijke wet.
479. Soms was het rechtsvacuüm niet het gevolg van deze afbakening van het toepassingsbereik van de nationale auteurswet, maar was zij het gevolg van een rechtsbevoegdheidsbeperking: vreemdelingen konden eenvoudigweg geen drager van auteursrecht zijn. Alsdan kwam de vraag welke auteurswet van toepassing is op de bescherming van hun werken, niet meer aan bod. Ook in deze constellatie was er derhalve géén toepasselijk recht; er was sprake van een rechtsvacuüm.
480. Statutistische denkwereld. Dit alles overziende moge duidelijk zijn dat men, om de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling te kunnen begrijpen, zich dient te verplaatsen in de denkwereld van de eerste helft van de negentiende eeuw, met name in het toenmalige conflictenrechtelijke paradigma, de pre-Savigniaanse statutenleer.1 In het bijzonder is begrip vereist van de volgende drie elementen uit deze denkwereld: het rechtsvacua m; en twee daarmee samenhangende elementen: de beperking tot nationale werken of auteurs, en het formeleterritorialiteitsbeginsel.