NJB 2022/871
Huur 290-bedrijfsruimte. Dringend eigen gebruik. Bewijslastverdeling. Een verhuurder van een hotelpand vordert beëindiging van de huurovereenkomst op de grond dat hij een aanmerkelijk beter rendement kan behalen door zelf een hotel in het pand te exploiteren. Het hof wijst de vordering af. Hoge Raad: Het is niet aan de verhuurder om te stellen en aannemelijk te maken dat hem geen andere mogelijkheid ten dienste staat dan het in eigen gebruik nemen van het gehuurde, maar aan de huurder om te stellen en aannemelijk te maken dat de verhuurder andere mogelijkheden ten dienste staan en dat het benutten daarvan voldoende in de rede ligt. Het hof heeft dat miskend. Voorts heeft het hof ontoereikend gemotiveerd waarom het voorgenomen eigen gebruik door de verhuurder ten tijde van het bestreden arrest niet dringend is.
HR 01-04-2022, ECLI:NL:HR:2022:494
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 april 2022
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons
- Zaaknummer
20/04149
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:494, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑04‑2022
ECLI:NL:PHR:2021:1005, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑10‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑01‑2021
- Wetingang
Essentie
Huur 290-bedrijfsruimte. Dringend eigen gebruik. Bewijslastverdeling. Een verhuurder van een hotelpand vordert beëindiging van de huurovereenkomst op de grond dat hij een aanmerkelijk beter rendement kan behalen door zelf een hotel in het pand te exploiteren. Het hof wijst de vordering af. Hoge Raad: Het is niet aan de verhuurder om te stellen en aannemelijk te maken dat hem geen andere mogelijkheid ten dienste staat dan het in eigen gebruik nemen van het gehuurde, maar aan de huurder om te stellen en aannemelijk te maken dat de verhuurder andere ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.