Art. 27 Wet VPB 1969 heeft betrekking op de herziening van voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting. Een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting kan met een (elektronisch in te dienen) herzieningsverzoek worden gewijzigd. Het herzieningsverzoek wordt door de inspecteur gehonoreerd voor zover de voorlopige aanslag waarop het verzoek ziet, op een ander bedrag is vastgesteld dan het bedrag waarop de aanslag, na verrekening van de voorlopige aanslagen en voorheffingen, vermoedelijk zal worden vastgesteld (aant. 2). Bij de beslissing op het herzieningsverzoek worden formaliteiten zoveel mogelijk vermeden. Bezwaar staat alleen open tegen een gehele of gedeeltelijke afwijzing van het herzieningsverzoek (aant. 3). Om doelmatigheidsredenen is een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting niet voor bezwaar vatbaar (aant. 4). De inspecteur beslist op een bezwaarschrift tegen geheel of gedeeltelijke afwijzing van een herzieningsverzoek binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift (aant. 5). De regeling is ingevolge het vijfde lid van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de beschikking betalingskorting en de beschikking belastingrente, die op het voorlopige aanslagbiljet zijn vermeld (aant. 6). Vanaf 1 januari 2024 is de termijn waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt tegen een afwijzing van een verzoek om herziening van de beschikking belastingrente waarvan een bedrag is opgenomen op het aanslagbiljet van de voorlopige aanslag voor de IB of Vpb minimaal 6 weken (aant. 7).
In deze aantekening wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan: het ontstaan van de bepaling (aant. 1.2), doel en strekking (aant. 1.4), de context (aant. 1.6) en enkele parlementaire varia (aant. 1.20).
Wat vindt u in de Vakstudie?
1.
De geschiedenis en achtergrond van artikel 29a Wet VPB 1969.
2.
Verzoek tot herziening van een voorlopige aanslag
Een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting kan met een (elektronisch in te dienen) herzieningsverzoek worden gewijzigd (aant. 2.1). Een herzieningsverzoek wordt door de inspecteur conform afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in beginsel binnen acht weken afgehandeld (aant. 2.2). Bij de beslissing op het herzieningsverzoek worden formaliteiten zoveel mogelijk vermeden. Daarom staat bezwaar alleen open tegen een gehele of gedeeltelijke afwijzing van het herzieningsverzoek.
3.
Geen proceskostenvergoeding
Voor herzieningsverzoeken wordt geen proceskostenvergoeding gegeven omdat het geen bezwaarschriften zijn (aant. 3.2).
4.
Voorlopige aanslag niet voor bezwaar vatbaar
Ingevolge art. 27, derde lid, is een voorlopige aanslag niet voor bezwaar vatbaar. In deze bepaling wordt om doelmatigheidsredenen expliciet afgeweken van de Algemene wet bestuursrecht en art. 26 AWR (aant. 4).
5.
Beslissing op een bezwaarschrift tegen (gedeeltelijke) afwijzing herzieningsverzoek
De inspecteur beslist op een bezwaarschrift tegen geheel of gedeeltelijke afwijzing van een herzieningsverzoek binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift. Voor bezwaarschriften tegen de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een herzieningsverzoek geldt de regeling van proceskostenvergoeding zoals geregeld in het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht, mits aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan (aant. 5).
1.
De termijn voor het maken van bezwaar tegen een beschikking belastingrente bedraagt ten minste zes weken
Ingeval een verzoek om herziening geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, beslist de inspecteur bij een voor bezwaar vatbare beschikking, waarbij de termijn voor het instellen van bezwaar eindigt op de dag van de dagtekening van de aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend. Deze termijn bedraagt voor de beschikking belastingrente ten minste zes weken na de dag van dagtekening van de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om herziening (aant. 7).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 27 Wet VPB 1969, aant. 1.1
Aant. 1.1 Inleiding
Actueel t/m 02-04-2026
02-04-2026, het commentaar is bijgewerkt t/m BNB 2026/45 en V-N 2026/12.24.
01-01-2012 tot: -
Vakstudie Vennootschapsbelasting, art. 27 Wet VPB 1969, aant. 1.1
Vennootschapsbelasting / Algemeen
herziening voorlopige aanslag vennootschapsbelasting
Wet op de vennootschapsbelasting 1969 artikel 27
Beschouwing
Art. 27 Wet VPB 1969 heeft betrekking op de herziening van voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting. Een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting kan met een (elektronisch in te dienen) herzieningsverzoek worden gewijzigd. Het herzieningsverzoek wordt door de inspecteur gehonoreerd voor zover de voorlopige aanslag waarop het verzoek ziet, op een ander bedrag is vastgesteld dan het bedrag waarop de aanslag, na verrekening van de voorlopige aanslagen en voorheffingen, vermoedelijk zal worden vastgesteld (aant. 2). Bij de beslissing op het herzieningsverzoek worden formaliteiten zoveel mogelijk vermeden. Bezwaar staat alleen open tegen een gehele of gedeeltelijke afwijzing van het herzieningsverzoek (aant. 3). Om doelmatigheidsredenen is een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting niet voor bezwaar vatbaar (aant. 4). De inspecteur beslist op een bezwaarschrift tegen geheel of gedeeltelijke afwijzing van een herzieningsverzoek binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift (aant. 5). De regeling is ingevolge het vijfde lid van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de beschikking betalingskorting en de beschikking belastingrente, die op het voorlopige aanslagbiljet zijn vermeld (aant. 6). Vanaf 1 januari 2024 is de termijn waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt tegen een afwijzing van een verzoek om herziening van de beschikking belastingrente waarvan een bedrag is opgenomen op het aanslagbiljet van de voorlopige aanslag voor de IB of Vpb minimaal 6 weken (aant. 7).
In deze aantekening wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan: het ontstaan van de bepaling (aant. 1.2), doel en strekking (aant. 1.4), de context (aant. 1.6) en enkele parlementaire varia (aant. 1.20).
Wat vindt u in de Vakstudie?
De geschiedenis en achtergrond van artikel 29a Wet VPB 1969.
Verzoek tot herziening van een voorlopige aanslag
Een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting kan met een (elektronisch in te dienen) herzieningsverzoek worden gewijzigd (aant. 2.1). Een herzieningsverzoek wordt door de inspecteur conform afdeling 4.1.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in beginsel binnen acht weken afgehandeld (aant. 2.2). Bij de beslissing op het herzieningsverzoek worden formaliteiten zoveel mogelijk vermeden. Daarom staat bezwaar alleen open tegen een gehele of gedeeltelijke afwijzing van het herzieningsverzoek.
Geen proceskostenvergoeding
Voor herzieningsverzoeken wordt geen proceskostenvergoeding gegeven omdat het geen bezwaarschriften zijn (aant. 3.2).
Voorlopige aanslag niet voor bezwaar vatbaar
Ingevolge art. 27, derde lid, is een voorlopige aanslag niet voor bezwaar vatbaar. In deze bepaling wordt om doelmatigheidsredenen expliciet afgeweken van de Algemene wet bestuursrecht en art. 26 AWR (aant. 4).
Beslissing op een bezwaarschrift tegen (gedeeltelijke) afwijzing herzieningsverzoek
De inspecteur beslist op een bezwaarschrift tegen geheel of gedeeltelijke afwijzing van een herzieningsverzoek binnen zes weken na ontvangst van het bezwaarschrift. Voor bezwaarschriften tegen de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een herzieningsverzoek geldt de regeling van proceskostenvergoeding zoals geregeld in het Besluit proceskostenvergoeding bestuursrecht, mits aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan (aant. 5).
De termijn voor het maken van bezwaar tegen een beschikking belastingrente bedraagt ten minste zes weken
Ingeval een verzoek om herziening geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, beslist de inspecteur bij een voor bezwaar vatbare beschikking, waarbij de termijn voor het instellen van bezwaar eindigt op de dag van de dagtekening van de aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend. Deze termijn bedraagt voor de beschikking belastingrente ten minste zes weken na de dag van dagtekening van de gehele of gedeeltelijke afwijzing van een verzoek om herziening (aant. 7).