NJB 2018/1894
Namens de verdachte indienen van een schriftuur houdende grieven als bedoeld in art. 410 Sv: i.c. dient er anders dan het hof oordeelde vanuit te worden gegaan dat zodanige schriftuur is ingediend gelet op o.a. het verzendrapport
HR 02-10-2018, ECLI:NL:HR:2018:1820
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
2 oktober 2018
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers
- Zaaknummer
17/00288
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1820, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 02‑10‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:1096, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑08‑2018
- Wetingang
(art. 410 Sv)
Essentie
Namens de verdachte indienen van een schriftuur houdende grieven als bedoeld in art. 410 Sv: i.c. dient er anders dan het hof oordeelde vanuit te worden gegaan dat zodanige schriftuur is ingediend gelet op o.a. het verzendrapport
Uitspraak
Inleiding:
Het middel keert zich tegen 's Hofs niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het hoger beroep.
Hoge Raad, o.a.:
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3 tot en met 9 is het middel terecht voorgesteld.
Volgt vernietiging en terugwijzing.
A-G Keulen, o.a.:
3.
Het eerste middel betoogt dat de verdachte ten onrechte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.