Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/11.2.9.4
11.2.9.4 Overgang onder bijzondere titel (subrogatie, cessie)
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS419243:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 9 november 2000, zaak C-387/98, Coreck Maritime/Handelsveem, Jur. 2000, p. 1-9337, NJ 2001, 599, r.o. 24; Reiser, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 88, die de borg uitzondert, omdat hij niet treedt in de rechten van de hoofdschuldenaar, idem Geimer, IZPR, p. 420; zie ook Kropholler, EZPR, p. 207; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 93; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 117; Laenens, Bevoegdheidsovereenkomsten, p. 115 en Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 244; Ktr. Rotterdam 9 april 1987, S&S 1987, 133, NIPR 1988, 376 bevestigd door Rb. Rotterdam 27 mei 1988, NIPR 1989, 141, S&S 1988, 116; Rb. Amsterdam 21 december 2005, NIPR 2007, 43.
Snijders, Rechtsvordering, suppl. 305 (augustus 2006), p. 1020-61.
HR 2 december 1932, NJ 1933, 509 voor een compromissoir beding; Rb. Utrecht 21 november 1984 opgenomen in Hof Amsterdam 23 oktober 1986, NIPR 1987, 272; Rb. Utrecht 20 november 1996, NIPR 1999, 91; NJ 1998, 805 die naar Duits recht verwijst als motivering van de overgang (art. 404 BGB) omdat Duits recht de lex causae was; Rb. Haarlem 22 december 1998, NIPR 1999, 84.
Bijv. Ktr. Rotterdam 9 april 1987, S&S 1987, 133, NIPR 1988, 376 later bevestigd (doch op andere gronden vernietigd) door Rb. Rotterdam 27 mei 1988, S&S 1988, 116 en NIPR 1989, 141; CA Nouméa 12 augustus 1982, Serie D I-17.1.2-B25; CC 3 december 1991, Rev. Crit. 1992, p. 340; CC 25 november 1986, Rev. Crit. 1987, p. 396; Rb. Rotterdam 12 juni 1987, S&S 1988, 66, NIPR 1988, 521; Rb. Rotterdam 6 december 2001, NIPR 2002, 131. Snijders, Rechtsvordering, suppl. 305 (augustus 2006), p. 1020-55 verwijst voor het arbitraal beding en subrogatie naar rechtspraak en literatuur.
Vgl. Rb. Amsterdam 1 oktober 1986, NIPR 1987, 454.
Onbeslist: Rb. Middelburg 28 februari 2001, NIPR 2001, 140. Voor het arbitraal beding is mutatis mutandis dezelfde oplossing van toepassing, zie Snijders, Rechtsvordering, suppl. 305 (augustus 2006), p. 1020-55.
Bij overgang onder bijzondere titel valt met name te denken aan cessie, subrogatie, schuldoverneming en overgang van een uit een overeenkomst voortvloeiend kwalitatief recht op een rechtverkrijgende onder bijzondere titel (art. 6:251 BW). Voor deze paragraaf wordt contract- en schuldoverneming daarmee gelijk gesteld.
De cessionaris, gesubrogeerde, overnemer van de schuld en verkrijger van het recht zullen gebonden zijn aan de forumkeuze, indien de forumkeuze op de overgegane rechten of verplichtingen betrekking heeft.1 De verkrijger behoeft derhalve niet met de forumkeuze in te stemmen. Zijn gebondenheid volgt uit de geldigheid van de forumkeuze tussen de oorspronkelijke partijen. Voor een arbitraal beding geldt hetzelfde op grond van artikel 6:145 BW.2
De rechtspraak is eensluidend dat bij cessie de forumkeuze overgaat. De cessionaris is aan de forumkeuze gebonden.3 Ook bij subrogatie wordt overgang van de forumkeuze of een arbitraal beding en de gebondenheid van de gesubrogeerde steeds aangenomen.4 Bij 'factoring' is de factormaatschappij gebonden aan de forumkeuze tussen de oorspronkelijke partijen.5 Hetzelfde geldt voor contract- en schuldoverneming op grond van artikel 6:159 lid 2 BW respectievelijk 6:157 lid 1 BW.6