Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/4.2.5
4.2.5 Reikwijdte van de delegatie- en uitvoeringsbevoegdheden van de Europese Commissie
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258595:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
In artikel 291 VwEU staat dit niet met zoveel woorden, terwijl dit in artikel 290 VwEU wel het geval is. Vanuit teleologische zienswijze kan echter worden betoogd dat ook voor artikel 291 VwEU het belangrijk is dat het gaat om niet-essentiële onderdelen van de regeling. Zie in gelijke zin H. Hofmann, Legislation, Delegation and Implementation under the Treaty of Lisbon: Typology Meets Reality, European Law Journal 15(4), p. 488. HvJ EU 15 oktober 2014, nr. C-65/13 (Europees Parlement/Europese Commissie), ECLI:EU:C:2014:2289, r.o. 45.
HvJ EU 15 oktober 2014, nr. C-65/13 (Europees Parlement/Europese Commissie), ECLI:EU:C:2014:2289, r.o. 45 en HvJ EU 9 juni 2016, nrs. C-78/16 (Giovanni Pesce e.a.) en C-79/16 (Cesare Serinelli e.a. tegen Presidenza del Consiglio dei Ministri), ECLI:EU:C:2016:428, r.o. 46.
HvJ EU 15 oktober 2014, nr. C-65/13 (Europees Parlement/Europese Commissie), ECLI:EU:C:2014:2289, r.o. 46.
HvJ EU 15 oktober 2014, nr. C-65/13 (Europees Parlement/Europese Commissie), ECLI:EU:C:2014:2289, r.o. 46.
Voor een goed begrip over de reikwijdte van een gedelegeerde en uitvoeringshandeling is het noodzakelijk om te bepalen in hoeverre de Europese Commissie überhaupt delegatie- en uitvoeringsbevoegdheden toebedeeld kan krijgen. De delegatiebevoegdheden die aan de Europese Commissie kunnen worden toegekend zijn ex artikel 290 VwEU beperkt tot bepalingen van algemene strekking ter aanvulling van bepaalde niet-essentiële onderdelen van het DWU. De uitvoeringsbevoegdheden die aan de Europese Commissie worden toegekend lijken nog beperkter qua reikwijdte. Artikel 291, lid 2, VwEU bepaalt namelijk dat de Europese Commissie dergelijke bevoegdheden krijgt toegekend indien het nodig is dat juridisch bindende handelingen (lees: een basisverordening) van de Europese Unie volgens eenvormige voorwaarden worden uitgevoerd. Voorts blijkt uit artikel 291, lid 2, VwEU niet expliciet dat uitvoeringsverordeningen, net als delegatieverordeningen, slechts uitvoering mogen geven aan niet-essentiële onderdelen van de regeling. Hofmann betoogt echter dat de Europese Commissie slechts uitvoering mag geven aan niet-essentiële onderdelen van de regeling, hetgeen inmiddels door het Hof van Justitie bevestigd lijkt te zijn.1 Het Hof van Justitie stelt namelijk dat:2
“[…] uit de artikelen 290, lid 1, VWEU en 291, lid 2, VWEU, in onderlinge samenhang gelezen (MLS: volgt), dat de Commissie bij de uitoefening van een uitvoeringsbevoegdheid de wetgevingshandeling noch mag wijzigen noch mag aanvullen, zelfs niet de niet-essentiële onderdelen ervan.”
Voorts merkt het Hof van Justitie op dat de nagestreefde algemene hoofddoelen met het uitvaardigen van uitvoeringsverordeningen moeten worden geëerbiedigd en dat deze bepalingen anderzijds nuttig moeten zijn voor de uitvoering van die handeling.3 Laatstgenoemde doelstelling mag er echter niet toe leiden dat de uitvoeringsverordening de wetgevingsverordening (lees: DWU) aanvult of wijzigt.4 In de hiernavolgende hoofdstukken (in het bijzonder hoofdstukken 9 en 11) betrek ik de stelling dat de Europese Commissie de grenzen van zijn bevoegdheden op bepaalde punten overschreden lijkt te hebben.