Gst. 2014/58
Onvoldoende reden om misbruik van procesrecht aan te nemen. Niet aannemelijk gemaakt dat eiser de conclusie had moeten trekken dat procederen in deze zaken kansloos was. Eiser is niet als belanghebbende aan te merken, hetzij heeft geen procesbelang. Rechtsgevolgen in stand gelaten.
Rb. Rotterdam 19-12-2013, ECLI:NL:RBROT:2013:10171, m.nt. C.N. van der Sluis en M.A.J. West
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
19 december 2013
- Magistraten
Mrs. M.G.L. de Vette, A.I. van Strien en C.F.J. de Jongh
- Zaaknummer
ROT 13/416, ROT 13/417 en ROT 13/418
- Noot
C.N. van der Sluis en M.A.J. West
- JCDI
JCDI:ADS918238:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBROT:2013:10171, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 19‑12‑2013
- Wetingang
Essentie
Onvoldoende reden om misbruik van procesrecht aan te nemen. Niet aannemelijk gemaakt dat eiser de conclusie had moeten trekken dat procederen in deze zaken kansloos was. Eiser is niet als belanghebbende aan te merken, hetzij heeft geen procesbelang. Rechtsgevolgen in stand gelaten.
Samenvatting
De rechtbank stelt voorop dat de bestuursrechter slechts overgaat tot het rechterlijk oordeel dat sprake is van misbruik van procesrecht in het uitzonderlijke geval waarin een natuurlijk persoon kennelijk onredelijk gebruik maakt van het bestuurs(proces)recht, bijvoorbeeld omdat voor hem evident moest zijn dat het instellen van het rechtsmiddel kansloos was. Voorts kan misbruik van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.