Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/13.6.4
13.6.4 Toegangverlening
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS493459:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Art. 50, vierde lid, AWR.
Kamerstukken II, 1988/89, 21 287, nr. 3, p. 22 en Kamerstukken II 1990/91, 21 287, nr. 5, p. 21 en 22.
Vgl. Kamerling 2006, p. 138, en Kamerstukken II 1990/91, 21 287, nr. 5, p. 16 en 21.
Art. 50, lid 3, AWR.
Besluit Stc. Fin. 22 september 1994, nr. AFZ94/4624M, V-N 1994, p. 3105.
Kamerstukken II 1990/91, 21 287, nr. 5, p. 16 en 21. Buiten situaties van een verdenking van een strafbaar feit kan de burgemeester op grond van art. 5:27 Awb en art. 149a Gemeentewet een machtiging tot binnentreden in een woning geven voor doeleinden van bestuurlijke handhaving, openbare orde of veiligheid etc.
Art. 50, lid 1 AWR bepaalt dat degene die een gebouw of grond in gebruik heeft, verplicht is de inspecteur en de door deze aangewezen deskundigen, desgevraagd toegang te verlenen tot alle gedeelten van dat gebouw en alle grond, voor zover dat voor een ingevolge de belastingwet te verrichten onderzoek nodig is. De gebruiker van het gebouw of de grond is bovendien gehouden desgevraagd de aanwijzingen te geven, die voor het onderzoek nodig zijn.1 Dit zal vaak bestaan in een duiding van (de inrichting en organisatie van) het gebouw of de grond. Toegestaan moet worden dat de inspecteur fysieke gegevens ter controle opneemt. Dit is in de regel zonder verstoring van het bedrijfsproces mogelijk.2
Controle in de actualiteit
De zogenoemde waarneming ter plaatse onderscheidt zich van de andere informatieverplichtingen, doordat het de inspecteur de mogelijkheid verschaft te controleren in de actualiteit. De zichtwaarneming stelt de inspecteur in staat onder meer te controleren hoeveel personen op een zeker moment werkzaam zijn in een bedrijf (en in welke hoedanigheid), de voorraden op te nemen en het werkelijke gebruik van bedrijfsruimten na te gaan. Min of meer los hiervan staat dat art. 50 AWR voor de belastingheffing van belang zijnde taxaties van onroerende zaken mogelijk maakt.3
Moment toegangverlening
De gevraagde toegang tot het gebouw of de grond moet vanwege art. 50, lid 2 AWR, worden verleend tussen acht uur 's ochtends en zes uur 's avonds, met uitzondering van zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen. In het verlengde daarvan legt art. 50, lid 3 AWR vast dat indien het gebouw of de grond wordt gebruikt voor het uitoefenen van een bedrijf, een zelfstandig beroep of een werkzaamheid als bedoeld in art. 52, lid 1 AWR (zie § 13.6.5 hierna) en voor zover het redelijkerwijs niet mogelijk is het onderzoek te doen plaatsvinden gedurende de in het tweede lid bedoelde uren, de gevraagde toegang wordt verleend tijdens de uren waarin het gebruik voor de uitoefening van dat bedrijf, dat zelfstandig beroep of die werkzaamheid daadwerkelijk plaatsvindt.4
Binnentreden woning zonder toestemming alleen na machtiging
De bevoegdheid van de inspecteur om een gebouw of grond te betreden, is niet beperkt tot kantoor- en bedrijfsruimten. Voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner, zijn nadere voorschriften gegeven in de Algemene wet op het binnentreden. Voor strafvorderlijke doeleinden is het binnentreden zonder toestemming van de bewoner slechts mogelijk met een schriftelijke machtiging van kortweg de OvJ.5
Geen doorzoekingsbevoegdheid
De waarneming ter plaatse strekt ertoe de inspecteur in staat te stellen de (fysieke) situatie op een bepaald moment op te nemen. Dit sluit het (actief) doorzoeken van een gebouw of grond uit. Het zonder toestemming doorzoeken van bijvoorbeeld archiefkasten valt niet binnen de reikwijdte van het onderzoek op de voet van art. 50 AWR.6