NJ 2025/108
Verdachte als kapitein van een schip geen werkgever in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet.
HR 18-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:411
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 maart 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.E.M. Röttgering, H.G. Sevenster, C.N. Dalebout, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/03751 E
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD8634:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsomstandigheden en beroepsschade
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Vervoersrecht / Zeevervoer
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:411, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1273, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 26‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑04‑2024
- Wetingang
Art. 1 (oud) Arbeidsomstandighedenwet; art. 32 Arbeidsomstandighedenwet
Essentie
De enkele omstandigheid dat verdachte op het moment dat het arbeidsongeval plaatsvond als kapitein het gezag voerde over het varende schip en daarmee ook over de bemanning daarvan, brengt niet mee dat hij daarmee in een zodanige (contractuele) gezagsverhouding tot die bemanningsleden stond dat hij als werkgever kan worden aangemerkt.
Samenvatting
Met art. 1 lid 2 aanhef en onder a en onder 1° (oud) Arbeidsomstandighedenwet is beoogd de werkingssfeer van de wet uit te breiden, in het bijzonder voor die gevallen waarin geen sprake is van een arbeidsovereenkomst of aanstelling op grond waarvan kan worden bepaald ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.