Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/2.3.5
2.3.5 Het profijtbeginsel
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS299556:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
M.W.F. Treub, Nota van Mr. M.W.F. Treub, Voorzitter van den Ondernemersraad voor Nederlandsch-Indië, over de Inkomstenbelasting, de Extrawinstbelasting en de Overwinstbelasting van Naamloze Vennootschappen, de Productenbelastingen en de Uitvoerrechten op producten van ondernemingen, ’s-Gravenhage: Mouton & Co. 1922, p. 24.
Wj. de Langen, De Grondbeginselen van het Nederlands belastingrecht, Alphen aan den Rijn: N. Samson NV 1954, p. 184 en 211.
D. Brüll, Objectieve en subjectieve aspecten van het fiscale winstbegrip (diss. UvA), Amsterdam: N.V. Uitgeverij Fed 1964, p. 273-274.
D. Brüll, Objectieve en subjectieve aspecten van het fiscale winstbegrip (diss. UvA), Amsterdam: N.V. Uitgeverij Fed 1964, p. 281.
Zie Hj. Hofstra, R.E.C.M. Niessen, Inleiding tot het Nederlands belastingrecht, Fiscale Hand- en Studieboeken nr. 1, Deventer: Kluwer 2002, p. 76 (achtste druk).
Zie P. A. Harris, Corporate/Shareholder Income Taxation, Amsterdam: IBFD Publications 2000, p. 14.
Treub stelde reeds in 1921 dat de aan de staat te danken beperking van aansprakelijkheid van de aandeelhouders een bijkomstig motief was voor de dividend- en tantièmebelasting.1 De Langen erkende weliswaar dat op grond van het profijtbeginsel belasting mag worden geheven in relatie tot de mate waarin ieder van de overheidsdiensten geniet, maar hij verwierp de zienswijze dat de vennootschapsbelasting op het profijtbeginsel berust. Het civiele recht beperkte weliswaar de aansprakelijkheid van de aandeelhouder tot het nominale bedrag van zijn aandelen, maar in dat opzicht verkeerde de aandeelhouder niet in een gunstiger positie dan de andere beleggers, zoals de eigenaren van obligaties, hypotheken en andere goederen.2 Brüll bracht hiertegen in dat wij nu eenmaal te maken hebben met de NV als economische eenheid, als organisatie die zelfstandig aan het rechtsverkeer deelneemt en profiteert van overheidsprestaties. Een jaarlijkse heffing uit dien hoofde leek hem op zijn plaats.3 Toch twijfelde hij of het profijtbeginsel voor de NV per saldo een heffingsbeginsel van betekenis kon vormen, omdat de NV ook optreedt als onbezoldigd ontvanger van rijksbelastingen.4
De Langen lijkt de term ‘profijtbeginsel’ te gebruiken in twee verschillende betekenissen. In de ruime betekenis wordt de term ‘profijtbeginsel’ gebruikt om aan te geven dat belasting mag worden geheven naar de mate waarin ieder van overheidsdiensten geniet. In deze ruime betekenis ligt het profijtbeginsel in het verlengde van de opbrengsttheorie. De opbrengst- of belangentheorie houdt in dat belasting de prijs is die de burgers voor de aan hen verleende bescherming moeten betalen; de belasting moet worden berekend naar het belang dat zij daarbij hebben.5 Een belangrijk bezwaar tegen deze theorie is dat het praktisch niet uitvoerbaar is om overheidsdiensten gespecificeerd aan burgers toe te rekenen en op geld te waarderen. Bovendien schiet de theorie tekort, waar het overheidsdiensten betreft die voornamelijk worden verricht aan de sociaal zwakkeren die de belasting niet kunnen opbrengen.6
In de beperkte betekenis van de term ‘profijtbeginsel’ is alleen het profijt dat wordt ontleend aan de rechtsvorm relevant: de rechtspersoonlijkheid zorgt ervoor dat aandeelhouders beperkt aansprakelijk zijn. Zelf als hierin een rede is gelegen een belasting te heffen van rechtspersonen, dan is daarmee nog niet gezegd dat deze belasting een winstbelasting moet zijn. Het belang van de beperking van de aansprakelijkheid zal immers niet afhangen van de omvang van de winst. Het profijtbeginsel kan dan ook naar mijn mening niet dienen als een motivering van de vennootschapsbelasting.