BR 2017/9
Onrechtmatige hinder door verwezenlijking studentenflat; vordering tot afbraak toegewezen; art. 5:37 en art. 6:162 BW.
Rb. Noord-Nederland 05-10-2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:4439, m.nt. C.A. Maat
- Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
- Datum
5 oktober 2016
- Magistraten
Mrs. P.J. Duinkerken, E.J. Oostdijk en M. Griffioen
- Zaaknummer
C/18/152922 / HA ZA 14-341
- Noot
C.A. Maat
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS925309:1
- Vakgebied(en)
Bouwrecht (V)
Civiel recht algemeen (V)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Verbintenissenrecht (V)
Goederenrecht (V)
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBNNE:2016:4439, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 05‑10‑2016
- Wetingang
(Art. 5:37 BW, art. 6:162 BW)
Essentie
Onrechtmatige hinder door verwezenlijking studentenflat; vordering tot afbraak toegewezen; art. 5:37 en art. 6:162 BW.
Samenvatting
Het hebben van een omgevingsvergunning met formele rechtskracht vrijwaart de houder die overeenkomstig die omgevingsvergunning bouwt niet van aansprakelijkheid wegens het veroorzaken van onrechtmatige hinder. Het antwoord op de vraag of en in hoeverre een door de overheid verstrekte vergunning invloed heeft op de beoordeling van de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad van degene die overeenkomstig de hem verstrekte vergunning handelt, doch daarbij schade of hinder toebrengt aan derden, hangt af van de aard van de vergunning en het belang dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.