NJ 2025/120
Oordeel hof, dat gedragingen van verdachte niet zijn aan te merken als ‘verdediging’ maar aanvallend zijn, is wat betreft eerste deel confrontatie niet zonder meer begrijpelijk maar wat betreft tweede deel confrontatie toereikend gemotiveerd.
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:291, m.nt. A.J. Machielse
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T.B. Trotman, R. Kuiper
- Zaaknummer
22/03795
- Conclusie
A-G mr. E.J. Hofstee
- Noot
A.J. Machielse
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD10931:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:291, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1329, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 10‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑02‑2023
- Wetingang
Essentie
Het oordeel van het hof dat, wat betreft het eerste deel van de confrontatie tussen de verdachte en het slachtoffer, de gedragingen van de verdachte niet kunnen worden aangemerkt als ‘verdediging’ maar als aanvallend moeten worden gezien is niet zonder meer begrijpelijk.
Het oordeel van het hof dat, wat betreft het tweede deel van die confrontatie, de gedragingen van de verdachte niet kunnen worden aangemerkt als ’verdediging’ maar als aanvallend moeten worden gezien is toereikend gemotiveerd.
Samenvatting
De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR 8 juni 2010, NJ 2010/339 en HR 22 maart ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.