Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/1.1.1
1.1.1 Overnames in krantenland
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS407979:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2006/07, 30 800 VIII, nr. 76, p. 4.
Data ontleend aan het jaarverslag van 2006.
Romaer 2009 en Schaepman & Spinhof 2008.
OK 27 mei 2010, JOR 2010/189, Ondernemingsrecht 2010/91 (PCM II).
Schoordijk 2009, p. 362.
Honée 2008, p. 127-132 en Mol 2012, p. 111.
Zie Ginsberg e.a. 2011, p. 72-74.
In re Tribune Co, Case No. 08-13141 (KJC) (Bankr. D. Del.), Report of Kenneth N. Klee as Examiner, Volume One, p. 18.
Complaint, Wilmington Trust Co. v. JPMorgan Chase Bank, N.A., No. 10-50732 (Bankr. D. Del. Mar. 4, 2010). De Chapter 11-procedure van Tribune is in december 2012 geëindigd door – zeer kort gezegd – het aannemen van een reorganisatieakkoord waarin een schikking is bereikt voor (een deel van) de claim van de ongesecureerde crediteuren.
“Het PCM-concern wordt op dit moment leeggeroofd door de Britse aandeelhouder Apax, die in hoog tempo eigen vermogen heeft omgezet in schulden en er nu met de buit vandoor gaat.”1 Deze uitspraak van het Tweede Kamerlid Van Dam illustreert het hevige publieke debat dat in 2006 volgde op de kortstondige participatie van private equity-partij Apax in de Nederlandse uitgever van kranten en dagbladen, PCM Uitgevers. Toen Apax in 2004 een meerderheidsbelang verwierf in PCM, beschikte de uitgever over een eigen vermogen van 268 miljoen euro; bij het uittreden van Apax, slechts twee jaar later, was het eigen vermogen van PCM negatief en drukte ruim 600 miljoen euro schuld op de balans van de uitgeverij.2 De overname van PCM is besproken in een veelheid aan krantenartikelen, was onderwerp van meerdere documentaires en de gang van zaken werd gereconstrueerd in maar liefst twee boeken.3 In al deze media klonk hoofdzakelijk de kritiek dat de aandeelhouders en bestuurders van PCM zouden hebben welgevaren ten koste van het belang van de onderneming. Dit oordeel klinkt tevens door in de beschikking waarin de Ondernemingskamer op verzoek van een tweetal vakbonden oordeelde dat sprake was van wanbeleid.4 In het juridische discours is men echter minder eensgezind over de PCM-casus. Terwijl sommige auteurs betogen dat de handelwijze van private equity investeerders kwalificeert als “een gelegaliseerde roof”,5 menen anderen juist dat de overnamefinanciering van PCM als conservatief moet worden aangemerkt, en dat de kritiek daarop vooral zou zijn ingegeven door onvoldoende begrip van de toegepaste financiële structuur.6
Ook in de Verenigde Staten heeft de acquisitie van een krantenconcern aanleiding gegeven tot juridische procedures en een publiek debat over het handelen van de betrokken investeerders. In december 2007 is Tribune Company, uitgever van onder meer de Chicago Tribune en de L.A. Times, overgenomen door de investeringsmaatschappij van vastgoedmagnaat Zell.7 In het kader van de overname ging Tribune voor negen miljard dollar nieuwe schulden aan. Al vrij snel na de transactie kwam Tribune in financiële problemen en werd daarom gesneden in het personeelsbestand van de onderneming. Binnen een jaar na de overname zag Tribune zich genoodzaakt de bescherming aan te vragen van Chapter 11 van de Amerikaanse Bankruptcy Code. Een door de rechter aangewezen onafhankelijke onderzoeker concludeerde dat de aandeelhouders van Tribune door de overname een omvangrijk bedrag aan de vennootschap hadden onttrokken, en dat het zeer waarschijnlijk was dat Tribune na de transactie was achtergebleven met een inadequaat vermogen.8 De ongesecureerde crediteuren in het faillissement van Tribune startten daarom in 2010 procedures tegen de bij de overname betrokken aandeelhouders en banken, omdat zij van oordeel waren dat de transactie de vennootschap en haar crediteuren aan onredelijke risico’s had blootgesteld.9