Rb. Rotterdam, 23-08-2024, nr. 96-122254-23
ECLI:NL:RBROT:2024:9724
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
23-08-2024
- Zaaknummer
96-122254-23
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2024:9724, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 23‑08‑2024; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
Uitspraak 23‑08‑2024
Inhoudsindicatie
Bezwaarschrift omzetting taakstraf gegrond wegens een niet-ondertekende omzettingsbeslissing. Beslissing van het OM heeft geen rechtskracht.
RECHTBANK ROTTERDAM
Team straf 2
Parketnummer : 96-122254-23
Raadkamernummer : 24-016537
Datum : 23 augustus 2024
beslissing van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres: [adres] ,
advocaat mr. H. Folkers, kantoorhoudende te Gorinchem,
hierna te noemen: de veroordeelde.
Feiten
De politierechter heeft bij vonnis van 24 augustus 2023 de veroordeelde een taakstraf van 38 uren met aftrek van voorarrest overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht opgelegd en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 19 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk. Het Openbaar Ministerie heeft op 26 april 2024 beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 14 juni 2024 aan de veroordeelde betekend.
Procedure
Het bezwaar is op 19 juni 2024 op de griffie van deze rechtbank ingediend. De rechtbank heeft op 23 augustus 2024 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld. De rechtbank heeft de veroordeelde, advocaat mr. H. Folkers en de officier van justitie mr. C.T. den Uil op zitting gehoord.
Bezwaar
Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. Het strekt ertoe dat de veroordeelde in de gelegenheid wordt gesteld (het restant van) de taakstraf alsnog te verrichten. Daartoe is aangevoerd dat de veroordeelde wegens miscommunicatie twee afspraken niet heeft kunnen nakomen. Hij draagt deels de zorg over zijn dochter en is hard aan het werk na de ook voor hem financieel lastige corona-periode. De veroordeelde is bereid om de resterende uren taakstraf alsnog te verrichten en verzoekt om een kans.
Standpunt van de reclassering
Uit het rapport van Reclassering Nederland d.d. 3 april 2024, opgemaakt door [naam] blijkt dat de veroordeelde de opgelegde taakstraf niet volledig heeft verricht. Voordat de taakstraf definitief als mislukt werd beschouwd, heeft de veroordeelde 15 uren van de opgelegde taakstraf uitgevoerd. De veroordeelde is een aantal keer niet verschenen zonder berichtgeving. Gezien het verloop van de taakstraf is de reclassering genoodzaakt de opdracht als onuitvoerbaar retour te sturen aan justitie.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het bezwaar gegrond verklaard dient te worden.
Beoordeling
Het bezwaar is tijdig ingediend. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:
- het hiervoor genoemde vonnis;
- het rapport van Reclassering Nederland, van 3 april 2024, met het advies de tenuitvoerlegging van (het restant van) de vervangende hechtenis te bevelen;
- de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;
- het bezwaar van de veroordeelde.
Het bezwaarschrift is gericht tegen de beslissing van de officier van justitie die strekt tot de omzetting van de resterende uren taakstraf in vervangende hechtenis. Deze beslissing is niet ondertekend en gedagtekend door een (met name te noemen) officier van justitie. Ook de kennisgeving van de omzetting taakstraf is niet door een officier van justitie ondertekend.
Het ontbreken van deze essentiële elementen lijkt het gevolg te zijn van een nieuwe werkwijze van het Openbaar Ministerie, waarover inmiddels meerdere uitspraken zijn gedaan (zie o.a. ECLI:NL:RBLIM:2024:4806, ECLI:NL:RBOVE:2024:4220 en ECLI:NL:RBOVE:2024:4372). De politierechter sluit zich aan bij de overwegingen in deze uitspraken. Doordat een handtekening van een (met name te noemen) officier van justitie ontbreekt op de genomen beslissing, kan niet worden vastgesteld of de beslissing is genomen door een daartoe bevoegde officier van justitie (of advocaat-generaal). Bovendien ontbreekt een dagtekening, waardoor ook niet kan worden gecontroleerd of de in artikel 6:3:4 Sv genoemde beslissingstermijn in acht is genomen. Dat terwijl dat de in artikel 6:3:3 Sv aan het Openbaar Ministerie toegekende bevoegdheid niet alleen een bevoegdheid is die vrijheidsbeneming met zich brengt, maar ook een bevoegdheid waarbij een discretionaire ruimte wordt gelaten.
Gelet op het voorgaande is de politierechter van oordeel dat de beslissing van het Openbaar Ministerie om de vervangende hechtenis ten uitvoer te leggen geen rechtskracht heeft. Het bezwaarschrift moet daarom op ambtshalve gronden gegrond worden verklaard. De politierechter zal bevelen dat de vervangende hechtenis niet zal worden tenuitvoergelegd en dat veroordeelde de nog resterende uren taakstraf alsnog moet verrichten.
Beslissing
De rechtbank
- verklaart het bezwaar gegrond;
- verklaart het bevel tot tenuitvoerlegging van 12 (twaalf) dagen vervangende hechtenis vervallen;
- bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op 23 (drieëntwintig);
- bepaalt dat de taakstraf binnen 6 (zes) maanden na heden moet worden voltooid.
Deze beslissing is gegeven door
mr. M.J.M. van Beckhoven, politierechter,
in tegenwoordigheid van mr. L.C. Suiker, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2024.