RFR 2022/113
Huwelijksvermogensrecht. Wanneer is er sprake van economisch mede-eigendom van de woning?
Hof Den Haag 18-05-2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:892
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
18 mei 2022
- Magistraten
Mrs. C.M. Warnaar, K.M. Braun, J.B. Backhuijs
- Zaaknummer
200.297.863/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS659550:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2022:892, Uitspraak, Hof Den Haag, 18‑05‑2022
- Wetingang
Essentie
Huwelijksvermogensrecht.
Wanneer is er sprake van economisch mede-eigendom van de woning?
Samenvatting
De man en de vrouw zijn in wettelijke gemeenschap van goederen gehuwd in 1999. Vervolgens zijn zij in 2004, bij notariële akte, huwelijkse voorwaarden overeengekomen, inhoudende opheffing van de gemeenschap, een uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen en een finaal verrekenbeding. Het huwelijk van partijen is op 4 augustus 2021 ontbonden door inschrijving van de echtscheiding, uitgesproken op 26 april 2021.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de overwaarde van de woning per 16 mei 2019 tot het te verrekenen vermogen behoort.
De vrouw verzoekt het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.