NJB 2015/608
Verzoek tot het benoemen van een deskundige, art. 328 jo. 330 jo 316 Sv: in casu heeft het hof terecht het noodzakelijkheidscriterium toegepast, maar is de afwijzing van het verzoek ontoereikend gemotiveerd gelet op hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd, in het bijzonder omtrent de aard van de bij de verdachte aanwezige psychiatrische problematiek in de periode rond het plegen van de aan hem tenlastegelegde feiten
HR 10-03-2015, ECLI:NL:HR:2015:533
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
10 maart 2015
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, N. Jörg, V. van den Brink
- Zaaknummer
14/00774
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:533, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 10‑03‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:167, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑02‑2015
- Wetingang
Essentie
Verzoek tot het benoemen van een deskundige, art. 328 jo. 330 jo 316 Sv: in casu heeft het hof terecht het noodzakelijkheidscriterium toegepast, maar is de afwijzing van het verzoek ontoereikend gemotiveerd gelet op hetgeen aan het verzoek ten grondslag is gelegd, in het bijzonder omtrent de aard van de bij de verdachte aanwezige psychiatrische problematiek in de periode rond het plegen van de aan hem tenlastegelegde feiten
Uitspraak
Inleiding:
Het middel klaagt over ’s Hofs afwijzing van het door de verdediging gedane verzoek tot het benoemen van een gedragsdeskundige.
De raadsman van verdachte voerde in een ‘appelschriftuur’ ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.