AB 2024/139
Een partij die met een beroepsprocedure iets anders wil bereiken dan het ongedaan maken van de rechtsgevolgen van het primaire besluit, maakt in beginsel oneigenlijk gebruik van bestuursprocesrecht.
CRvB 02-04-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:635, m.nt. L.M. Koenraad
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
2 april 2024
- Magistraten
Mrs. B.J. van de Griend, H.J. de Mooij, J. Brand
- Zaaknummer
22/3673 WMO15
- Noot
L.M. Koenraad
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS957455:1
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Bezwaar
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2024:635, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 02‑04‑2024
- Wetingang
Essentie
Volgens vaste rechtspraak levert het niet inwilligen van een verzoek om vergoeding van de kosten van bezwaar, bijvoorbeeld omdat het bezwaar ongegrond is verklaard, een zelfstandig procesbelang op. Dat ligt anders als het de proceskosten of het griffierecht in de rechterlijke fase betreft.
Samenvatting
Een partij die met een beroepsprocedure iets anders wil bereiken dan het ongedaan maken van de rechtsgevolgen van het primaire besluit, maakt in beginsel oneigenlijk gebruik van bestuursprocesprocesrecht.
De Raad ziet aanleiding om uitdrukkelijk stil te staan bij [dit] onderscheid en bij de vraag of dit onderscheid nog wel gerechtvaardigd is. Die aanleiding ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.