Conversie en aandelen
Einde inhoudsopgave
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/5.5.1:5.5.1 Algemene beginselen Nederlands internationaal privaatrecht
Conversie en aandelen (VDHI nr. 149) 2018/5.5.1
5.5.1 Algemene beginselen Nederlands internationaal privaatrecht
Documentgegevens:
mr. P.H.N. Quist, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. P.H.N. Quist
- JCDI
JCDI:ADS369451:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 19 mei 2011 tot vaststelling en invoering van Boek 10 (Internationaal privaatrecht) van het Burgerlijk Wetboek (Vaststellings- en Invoeringswet Boek 10 Burgerlijk Wetboek) (Stb. 2011, 272).
Wet van 17 december 1997, houdende regels van internationaal privaatrecht met betrekking tot corporaties (Wet conflictenrecht corporaties) (Stb. 1997, 699), in werking getreden op 1 januari 1998.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 1 januari 2012 is Boek 10 BW in werking getreden.1 Boek 10 BW bevat regels van internationaal privaatrecht. Titel 8 van Boek 10 is gewijd aan ‘corporaties’ (10:117-10:124 BW), onder welk begrip ingevolge artikel 10:117 sub a BW ook de NV en de BV vallen. De bepalingen van de Wet conflictenrecht corporaties2 (hierna: WCC) vervielen ter gelegenheid van de invoering van Boek 10 BW. Inhoudelijk wijken de bepalingen van Titel 8 van Boek 10 BW niet af van de voorheen geldende bepalingen van de WCC. Kernbepalingen van deze titel zijn de artikelen 10:118-121 BW.
In artikel 10:118 BW is het incorporatiestelsel vastgelegd: een corporatie die ingevolge de oprichtingsovereenkomst of akte van oprichting haar zetel of, bij gebreke daarvan, haar centrum van optreden naar buiten ten tijde van de oprichting, heeft op het grondgebied van de staat naar welks recht zij is opgericht, wordt beheerst door het recht van die staat. Artikel 10:119 BW bepaalt dat dit toepasselijke recht de corporatie beheerst voor wat betreft de oprichting en daarnaast (a) het bezit van rechtspersoonlijkheid, of van de bevoegdheid drager te zijn van rechten en verplichtingen, rechtshandelingen te verrichten en in rechte op te treden; (b) het inwendig bestel van de corporatie en alle daarmee verband houdende onderwerpen; (c) de bevoegdheid van organen en functionarissen van de corporatie om haar te vertegenwoordigen; (d) de aansprakelijkheid van bestuurders, commissarissen en andere functionarissen als zodanig jegens de corporatie; (e) de vraag wie naast de corporatie, voor de handelingen waardoor de corporatie wordt verbonden, aansprakelijk is uit hoofde van een bepaalde hoedanigheid zoals die van oprichter, vennoot, aandeelhouder, lid, bestuurder, commissaris of andere functionaris van de corporatie; en (f) de beëindiging van het bestaan van de corporatie.
Artikel 10:120 BW bepaalt dat indien een corporatie met rechtspersoonlijkheid haar zetel verplaatst naar een ander land en zowel het recht van de staat van de oorspronkelijke zetel als dat van de staat van de nieuwe zetel op het tijdstip van de zetelverplaatsing, het voortbestaan van de corporatie als rechtspersoon erkennen, haar voortbestaan als rechtspersoon naar Nederlands recht ook wordt erkend. Vanaf de zetelverplaatsing beheerst het recht van de staat van de nieuwe zetel de in artikel 10:119 BW omschreven onderwerpen. Dat is echter niet het geval als het land van de nieuwe zetel bepaalt dat het oorspronkelijk op de rechtspersoon toepasselijke recht op de rechtspersoon van toepassing blijft.
Artikel 10:121 BW bepaalt dat in afwijking van de artikelen 10:118-119 BW de artikelen 2:138/249 BW van toepassing dan wel van overeenkomstige toepassing zijn op de aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen van een door buitenlands recht beheerste corporatie die in Nederland aan de heffing van vennootschapsbelasting is onderworpen indien de corporatie in Nederland failliet wordt verklaard.
Overigens laat Titel 8 Boek 10 BW onverlet hetgeen bepaald is bij de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen (10:124 BW).