Einde inhoudsopgave
De cyberverzekering vanuit civielrechtelijk perspectief (O&R nr. 129) 2021/VI.2.2.1
VI.2.2.1 Onderzoeks-, informatie- en waarschuwingsplichten
mr. N.M. Brouwer, datum 01-06-2021
- Datum
01-06-2021
- Auteur
mr. N.M. Brouwer
- JCDI
JCDI:ADS278917:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht / ICT
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
Voetnoten
Voetnoten
HR 10 januari 2003, NJ 2003, 375, m.nt. M.M. Mendel (Brals/Octant).
Ibid, r.o. 3.4.1 (Brals/Octant).
Vgl. HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:336. Zie over (de gevolgen van de schending van) de mededelingsplicht van de verzekeringnemer artikel 7:928-930 BW.
HR 26 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:336.
Vgl. HR 11 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2805.
Kamphuisen spreekt in dit kader zelfs over ‘riskmanagement’, zie J.G.C. Kamphuisen, De opdracht aan de assurantietussenpersoon, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1994, p. 7.
Vgl. HR 28 april 1989, NJ 1990, 583, m.nt. M.M. Mendel.
Dit gegeven kan voor de tussenpersoon bovendien aanleiding vormen om zijn cliënt te (moeten) adviseren om een aanvullend verzekeringsproduct af te nemen, bijvoorbeeld een beroepsaansprakelijkheidsverzekering naast een aansprakelijkheidsverzekering. Zie Rechtbank Arnhem 18 juli 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BX4417 en (in hoger beroep) Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 oktober 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:7467, waarin het ging om (het ontbreken van) dekking voor softwarefouten.
Zie ook J.G.C. Kamphuisen 1994, p. 40.
In de jurisprudentie is deze maatstaf verder uitgekristalliseerd. De norm is gedurende alle fasen van de werkzaamheden van de tussenpersoon van toepassing. Zo blijkt uit het arrest Brals/Octant1 dat de tussenpersoon gedurende de looptijd van de verzekering moet waken voor de belangen van de verzekeringnemers die tot zijn portefeuille behoren en dat daarbij een actieve houding mag worden verwacht. Hij moet zijn cliënten volgens de Hoge Raad informeren over feiten die van invloed kunnen zijn op de dekking. Het gaat daarbij om feiten en omstandigheden die de tussenpersoon bekend zijn of behoren te zijn. Dit impliceert een doorvraagplicht van de tussenpersoon: indien hij over onvoldoende informatie beschikt om tijdens de looptijd van de verzekering (de nazorgfase) bijvoorbeeld een mogelijke risicoverzwaring wegens gewijzigde omstandigheden te beoordelen, dient hij daarover actief bij zijn cliënt informatie te verzamelen.2
Dit geldt ook voor de informatie die de tussenpersoon in de inventarisatie- en adviesfase bij zijn cliënt inwint. De tussenpersoon moet zo goed als redelijkerwijs mogelijk is voorkomen dat de verzekeraar later een beroep kan doen op verzwijging.3 Indien de tussenpersoon bekend is geworden met een omstandigheid die in dat kader relevant is, moet hij derhalve – ook als daarover door de verzekeraar geen specifieke vraag is gesteld4 – bij zijn cliënt doorvragen naar de achtergronden daarvan.5 Dit veronderstelt dat de tussenpersoon niet alleen kennis heeft van verzekeringstechnische aspecten, maar ook beschikt over een zekere mate van concrete, inhoudelijke kennis van de te verzekeren risico’s.6
Naast het verzamelen van informatie, moet de tussenpersoon ook informatie verstrekken. Hij dient zijn cliënt inlichtingen te verschaffen over de betekenis van in de polis voorkomende clausules. Een verzekeraar mag er immers van uitgaan dat de tussenpersoon van die betekenis op de hoogte is en dat hij zijn cliënt daarover informeert.7 Voor de verzekeringnemer moet duidelijk zijn wat er precies tegen welke voorwaarden verzekerd is en voor welke risico’s de verzekering juist geen dekking biedt.8 Deze actieve informatieplicht van de tussenpersoon neemt overigens de eigen verantwoordelijkheid van de verzekeringnemer niet weg. Hierbij moet echter rekening worden gehouden met het feit dat de gemiddelde verzekeringnemer de polis(voorwaarden) niet op juistheid kan controleren.9