BNB 2022/22
Parkeerbelasting. Bevoegdheid aanwenden rechtsmiddelen. Feitelijk bestuurder van de auto
HR 10-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1852
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 december 2021
- Magistraten
Mrs. Wortel, Beukers-van Dooren, Cools; A-G IJzerman
- Zaaknummer
20/03247
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1852, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑12‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:854, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑09‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑12‑2020
- Wetingang
art. 225 Gemeentewet
Essentie
Parkeerbelasting. Bevoegdheid aanwenden rechtsmiddelen. Feitelijk bestuurder van de auto
Samenvatting
Aan een BV zijn naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd. Belanghebbende – een natuurlijke persoon – heeft tegen de naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt. Het Hof heeft geoordeeld dat belanghebbende niet als gemachtigde van de BV kan optreden en daarom alleen bezwaar kan maken indien hij degene is die feitelijk de taxi’s heeft bestuurd waarop de naheffingsaanslagen ten name van de BV als kentekenhouder zien. Het Hof is ervan uitgegaan dat dit niet het geval is geweest.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep met toepassing van art. 81 lid 1 Wet RO. De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.