Einde inhoudsopgave
Bewijsrechtelijke verhoudingen verzekeringsrecht (Verzekeringsrecht) 2008/5.1.3
5.1.3 Tot slot: het in de praktijk ook wel gekozen verval van het recht op uitkering
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde, datum 26-05-2008
- Datum
26-05-2008
- Auteur
prof.mr. N. van Tiggele-van der Velde
- JCDI
JCDI:ADS355879:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Wansink 2006, p. 336 e.v.
De vrees dat het verval van recht als sanctie zal worden toegepast zonder dat daarbij het vereiste van een belangenbenadeling aan de zijde van de verzekeraar in acht zal worden genomen lijkt in de praktijk mee te zullen vallen, nu dit vereiste van de belangenbe-nadeling met zoveel woorden is opgenomen in de bij de invoering van titel 7.17 BW door het Verbond van Verzekeraars aan de markt geadviseerde modelteksten is opgenomen: 'Sanctie op de niet-nakoming van de bereddingsplicht: aan deze verzekering kunnen geen rechten worden ontleend indien de verzekeringnemer of de verzekerde heeft nagelaten maatregelen te nemen ter voorkoming of vermindering van schade als bedoeld in art. 7:957 en daardoor de belangen van verzekeraar heeft benadeeld'.
Alhoewel voorstelbaar was om ook in het kader van de bereddingsplicht in de wet een vergelijkbare bepaling als art. 7:941 lid 4 BW op te nemen, is daarvan afgezien, mogelijk omdat een vervalbeding als hier bedoeld in de praktijk in dat kader niet algemeen gebruikelijk is. Overigens kan ook art. 6:237 aanhef en sub h BW langs de weg van een toetsing aan een onredelijk bezwarend karakter van het beding een grondslag bieden voor de hier bedoelde corrigerende werking .
Het komt voor, zo leert de praktijk, dat verzekeraars - met name in de beroeps- en bedrijvensfeer - in de polisvoorwaarden aan het niet of niet-tij-dig nakomen van de bereddingsplicht de sanctie van het verval van het recht op uitkering verbinden. Wansink wijst met recht erop dat een beroep op die ingrijpende sanctie van verlies van elk recht op uitkering tegenover een verzekerde alleen gerechtvaardigd zal zijn indien de verzekeraar aantoont dat hij in het voorliggende geval door de niet-nakoming van de bereddingsplicht verregaand in zijn belangen is geschaad in die zin dat bij adequate bereddingsmaatregelen van de zijde van verzekerde de thans gevallen schade in substantiële mate zou zijn voorkomen en/of de omvang van de schade die zou zijn voorkomen, niet eenvoudig is vast te stellen.1Zo de polisclausule op dit punt zelf geen inzicht geeft,2 is verdedigbaar dat hier de eisen van redelijkheidheid en billijkheid eenzelfde corrigerende werking hebben als in het kader van de op de verzekeringnemer rustende meldingsplicht bij schade.3 Zie daarover meer uitgebreid hierna onder5.2.3.