RN 2025/61
Zaakschuld. Kan een uitgetreden maat zich met zijn vordering op de afgescheiden vermogens van de maatschap blijven verhalen, ook nadat alle oorspronkelijke vennoten zijn vervangen of verdwenen?
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1174
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
24/03463
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD29739:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Goederenrecht / Gemeenschap
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1174, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:588, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑09‑2024
- Wetingang
Art. 3:192 BW
Essentie
Zaakschuld. Aansprakelijkheid. Uittredingsvergoeding.
Kan een uitgetreden maat zich met zijn vordering op de afgescheiden vermogens van de maatschap blijven verhalen, ook nadat alle oorspronkelijke vennoten zijn vervangen of verdwenen?
Samenvatting
Mocomar B.V. trad in 1999 uit twee samenwerkende maatschappen. Op grond van de maatschapsovereenkomsten en een clearingovereenkomst kreeg Mocomar aanspraak op een uittredingsvergoeding. In eerdere procedures werd de omvang van die vordering vastgesteld ten laste van de overige maten, maar volledige betaling bleef uit, onder meer door faillissement en turboliquidatie van enkele maten.
Mocomar B.V. stelde daarop vorderingen in tegen de maatschappen zelf, stellende dat de vordering ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.