NJ 2025/40
OM-cassatie. Vervolging voor art. 9 lid 5 WVW 1994. Besluit van het CBR tot schorsing van het rijbewijs heeft in beginsel formele rechtskracht.
HR 12-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1621, m.nt. J.M. Reijntjes
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 november 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, A.E.M. Röttgering, M. Kuijer, R. Kuiper
- Zaaknummer
22/03203
- Conclusie
plv. A-G mr. M.E. van Wees
- Noot
J.M. Reijntjes
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS996191:1
- Vakgebied(en)
Verkeersrecht / Handhaving verkeersvoorschriften
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Verkeersrecht / Rijbevoegdheid
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1621, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:614, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑11‑2023
- Wetingang
Essentie
OM-cassatie. Bij een vervolging wegens rijden terwijl de geldigheid van het rijbewijs geschorst was art. 9 lid 5 WVW 1994 geldt dat aan een besluit van het CBR tot schorsing van het rijbewijs in beginsel formele rechtskracht toekomt.
Samenvatting
OM-cassatie. Het cassatiemiddel klaagt dat het hof het beginsel van de formele rechtskracht heeft miskend door ten onrechte te oordelen dat de strafrechter — bij de beoordeling van de bewijsvraag ter zake van overtreding van art. 9 lid 5 WVW 1994 — gehouden is zelfstandig onderzoek te doen naar de rechtsgeldigheid van het besluit waarbij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.